Palazzo Barberini

Er is altijd een goede reden om Palazzo Barberini te bezoeken. Is het niet dat hier de Galleria Nazionale d’Arte Antica is gevestigd, is het wel dat het een prachtig gebouw is. Het is het ultieme barokpaleis met een enorme oppervlakte van 12.000 m2, 187 kamers en 11 trappen(huizen). Oorspronkelijk stond op deze plek een villa van de Sforza-familie die werd opgekocht door Maffeo Barberini (1568-1644) nadat hij in 1623 was verkozen tot paus Urbanus VIII. De aankoop deed hij voor zijn drie neven, Taddeo, Francesco en Antonio Barberini. De meest gerenommeerde kunstenaars van de tijd werden in de arm genomen om de villa om te bouwen tot paleis. Carlo Maderno (1556-1629) bedacht de lay-out, het paleis heeft de vorm van een H met daaromheen een grote tuin. De grote centrale hal die twee etages hoog is en het vierkante trappenhuis zijn van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). In de hal werd door Pietro da Cortona een enorm plafondfresco geschilderd, de “Triomf van de Goddelijke Voorzienigheid”, om de wereldlijke en spirituele autoriteit van het Barberini-pontificaat te vieren (let vooral ook op de drie Barberini-bijen, alom aanwezig in het paleis zelf maar dus ook prominent op het plafond):

Maar een van de mooiste dingen is toch wel het helix-vormige trappenhuis van Francesco Borromini (1599-1667):

Een andere bijzonder goede reden om te gaan is dat het museum een aantal Van Wittels in de collectie heeft. Daarover later meer want de reden dat we er gisteren waren, was dat het nu tijdelijk mogelijk is de appartementen te bezoeken op de derde etage. Deze appartementen zijn in de 2e helft van de 18e eeuw ingericht door prinses Cornelia Costanza Barberini en haar man prins Giulio Cesare Colonna di Sciarra en zijn perfect bewaard gebleven.

Als je vanuit de appartementen naar buiten kijkt kun je de achterzijde van het paleis zien waar eens de keukens waren (linkerfoto) en aan de andere kant het deel waar nog steeds iemand woont van de familie, de huidige prinses Barberini (rechterfoto):

Dat de familie er nog woont, is niet verwonderlijk misschien maar het kon soms raar lopen in het zeventiende-eeuwse Rome. Na de dood van Urbanus VIII (in 1644) werd het paleis namelijk geconfiskeerd door zijn opvolger, paus Innocentius X. Deze Pamphili-paus had nogal wat te verhapstukken met de Barberini-neven, deze laatsten vluchtten zelfs tijdelijk naar Frankrijk. Uiteindelijk werden de geschillen bijgelegd (eerder voor de lieve vrede dan echte vrede want de Franse kardinaal Mazarin dreigde troepen naar Italië te sturen) en werd in 1653 werd het paleis aan ze teruggegeven.

De Italiaanse staat verwierf het paleis in 1949, samen met 112 kunstwerken, direct van de familie en vestigde er een museum in. Dit museum is sinds kort met de Galleria Corsini samengegaan en het geheel is nu de Gallerie Nazionale geworden.

De ‘passonata’

Zoals ik vandaag al vertelde was ik gisteren tekeningen kijken in het prentenkabinet. Naast de fijne verrassing van de Luigi-tekeningen was ik ook blij om de Van Wittel-tekeningen te zien die ik vorige keer niet meer had kunnen opvragen. Een daarvan was de prachtige tekening boven dit stuk. Hierop heeft onze vriend Caspar de passonata afgebeeld.

Deze passonata was een project van Cornelis Meijer (zie eerdere blogs voor meer info: links hieronder).

https://casparvanwittel.blog/2017/07/08/cornelis-meyer-de-tiber/

https://casparvanwittel.blog/2017/07/18/cornelis-meyer-de-tiber-dl-2/

https://casparvanwittel.blog/2018/07/23/cornelis-meijer-de-tiber-dl-3/

Meijer was in Amsterdam geboren maar reisde in 1674 naar Venetië waar hij zijn technische expertise probeerde te slijten aan de Venetiaanse Republikeinse overheid. Geen al te gekke gedachte want Venetië kende natuurlijk een soort van overeenkomstige waterproblematiek als de Nederlandse Republiek. Meijer had behoorlijk succes in de lagunestad, een aantal van zijn ideeën kreeg gehoor en deze plannen werden vervolgens uitgetest en aangenomen. Meijer kreeg de leiding over alle werkzaamheden en hem werd zelfs officieel de titel van ingenieur toegekend. In maart 1675 vertrok Meijer naar Rome, zelfs nog voordat hij zijn taken als opzichter van het uitbaggeren van de haven op zich had genomen. Hij beloofde snel terug te keren naar de Republiek maar uiteindelijk is dit nooit gebeurd. 

In Rome vond Meijer nieuwe mogelijkheden om zijn technische vaardigheden aan te wenden. Hij raakte betrokken bij een project in het noorden van Rome. Hier vormde de Tiber een gevaar voor de Via Flaminia, de straat die leidde naar de Piazza del Popolo. De meanderende rivier dreigde meer dan eens de directe toegangsweg naar de stad te overstromen wat natuurlijk niet erg handig was voor de noordelijke bezoekers aan de stad. Paus Clemens IX (paus van 1667-1669) had reeds de beste ingenieurs en architecten in Italië te hulp geroepen om een plan te bedenken om dit te voorkomen. Daaropvolgend schreef hij een competitie uit die werd gewonnen door een jonge leerling van Bernini, Carlo Fontana. In de tussentijd echter overleed de paus en de nieuwe paus Clemens X (paus van 1670-1676) aarzelde om de volgende stap te nemen omdat hij de plannen van Fontana te duur vond. Terwijl paus en kardinalen drukke discussies voerden over Fontana’s plan, arriveerde Meijer in Rome. Hij suggereerde (via de Venetiaanse ambassadeur van de Heilige Stoel) een hele andere oplossing voor de problemen bij de Via Flaminia. En aangezien de plannen van Meijer veel goedkoper waren, besloot de paus Meijer de opdracht toe te kennen (en daarmee Fontana te passeren). In maart 1676 begon Meijer aan het project, hij verwijderde een aantal obstakels uit de rivierbedding en plaatste vervolgens een lange rij palen in de rivier. Dit was de passonata en deze zorgde ervoor dat de stroming van de rivier werd verlegd waardoor de Via Flaminia geen gevaar meer liep. Het was een enorm succes en maakte Meijer direct een bekend figuur in de Romeinse wereld van architecten en ingenieurs!

Gabinetto – dl 2

Oké, ik geef toe, gisteren heb ik me er een klein beetje makkelijk van af gemaakt.. Het was laat en ik was moe en het was een te drukke dag geweest om heel uitgebreid te schrijven. Maar dat gaan we vandaag goedmaken 😉

Gisterochtend was ik om 9.00 al weer present bij het Gabinetto dei Disegni e delle Stampe voor de tweede lading Van Wittel-tekeningen. Zoals ik vorige keer al vertelde is het prentenkabinet onderdeel van het Istituto Nazionale per la Grafica en bevindt zich in Palazzo Poli. De ingang is aan de Via della Stamperia:

Bij de ingang meld je je bij de balie, geef je je identiteitskaart af, wordt je ingeschreven, krijg je een bezoekerspasje, wordt je telefonisch aangekondigd bij het kabinet en loop je vervolgens door het gebouw in via het centrale halletje:

Dan ga je met het liftje naar de tweede etage en gaat daar gang na gang na gang na gang na gang door:

Ja, de eerste keer ben ik dus ook inderdaad verdwaald 😉

Maar dan ben je toch echt daadwerkelijk aangekomen in het Gabinetto:

Overigens is het ’s ochtends nog ‘redelijk’ rustig bij de Trevi-fontein…

Na al deze ‘omzwervingen’ wacht je dan braaf totdat de door jou aangevraagde tekeningen uit de kluis naar je toe worden gebracht en kun je aan het werk:

Van tevoren moet je een afspraak maken en opgeven wat je wilt bekijken/inzien. De meeste Van Wittels in de collectie had ik al aangevraagd voor de vorige afspraak maar er waren er nog een paar die ik niet gezien had omdat je niet onbeperkt kunt opvragen. Voor de afspraak gisteren had ik twee losse inventarisnummers doorgegeven die enkel in een archiefdoos opgeslagen waren plus een serie nummers die samen in een map zouden zitten. Ik kreeg die hele map en inderdaad zaten er een paar Van Wittels in maar wat schetste mijn verbazing… er zat ook een aantal schetsen in van vriend Luigi!! Wat zijn dat toch heerlijke momenten, gewoon cadeautjes 🙂 🙂 Het waren er niet veel maar wel hele leuke, namelijk schetsen voor onderdelen van de Reggia van Caserta. Bijvoorbeeld een opzet voor een loge in het theater van het paleis met allemaal berekeningen er bij. En om het dan goed zichtbaar te maken had hij er ook mensjes in getekend:

Dat was dus een heerlijke ochtend!!!

Een ‘vaas’ van Withoos

Gisteravond waren we met een groep mensen van de gastenverdieping van het KNIR naar de opening van een tentoonstelling ‘aan de overkant’. In de Galleria nazionale d’arte moderna e contemporanea werd de tentoonstelling “On Flower Power. The Role of the Vase in Arts, Crafts and Design” geopend.

De tentoonstelling viel wat tegen, het was maar één zaal en de kunst was niet erg interessant (al doen mensen op zo’n opening natuurlijk wel erg alsof alles heeeeel interessant is). We zijn dus maar op de trappen voor het museum gaan borrelen en mensen gaan kijken 🙂 Toen ik vervolgens bij het eten vroeg waar ik mijn blog over moest schrijven was het antwoord: over vazen! En ja, onze vriend Caspar maakte prachtige stadsgezichten maar schilderde geen vazen. Gelukkig beeldde zijn leermeester uit Amersfoort Matthias Withoos deze wel af, al zijn het in zijn geval eerder urnen 😉

Matthias Withoos (1627-1703) stond bekend om zijn weergave van de natuur (dieren, bloemen en vruchten) en zijn landschappen. Hij was een leerling geweest van de bekende Nederlandse schilder en architect Jacob van Campen (1596-1657), die bevriend was met zijn vader. Withoos werd in 1647 geïnstalleerd als lid van het schildersgilde in Amersfoort. Volgens Arnold Houbraken (in zijn boek De groote schouburgh der Nederlantsche Konstschilders en schilderessen waar meerdere levensbeschrijvingen instaan van kunstschilders uit de zeventiende eeuw) kreeg Withoos vervolgens net als andere “jonge knapen” de reislust in zijn hoofd en ondernam met vijf anderen de reis naar Rome. En natuurlijk trad hij daar toe tot de Bentvueghels, binnen de Bent stond hij bekend onder de naam “Calzetta bianca”, een vertaling van zijn familienaam. In Italië werkte Withoos voor kardinaal Leopoldo de’ Medici (1617-1675), de jongere broer van Ferdinando II de’ Medici (1610-1670), de toenmalige Groothertog van Toscane. Leopoldo de’ Medici had een grote interesse in wetenschap en technologie (hij was zelf een geleerde) en was beschermheer van de kunsten (hij was een groot verzamelaar van zeldzame boeken, schilderijen, tekeningen, beelden, munten en zelfportretten). Voor Withoos zal het gunstig zijn geweest zo’n belangrijk heerschap als opdrachtgever te hebben maar hij verlangde toch terug naar Nederland. Terug in Amersfoort werd Withoos niet alleen een bekend schilder maar ook een man van aanzien (hij werd in 1665 benoemd tot lid van de raad, in 1671 tot schepen en vanaf 1668 was hij tevens stadsweesmeester). 

Volgens Houbraken was Withoos een goedaardige man die veel van zijn kinderen hield. Daarnaast was hij een vlijtig en ijverig schilder, al werd hij op latere leeftijd zo erg geplaagd door de jicht dat hij soms meerdere maanden niet kon werken. Naast vier dochters had Withoos drie zonen, die alle drie “de Konst hanteerden”. Zowel de vader als de kinderen schilderden veel bloemen, fruit en dieren in olie- en waterverf. Daarnaast stond Withoos bekend om zijn landschappen, tijdens zijn verblijf in Italië schilderde hij ook meerdere vedute. En hij schilderde dus ook ‘vazen’ 😉 😉

Prospetto di Roma – Vasi 1765

Gisteren had ik het over de website van Roma Ieri Oggi. Deze heeft allemaal fantastische foto’s van Rome door de jaren heen maar ook een aantal oude plattegronden. Wie het leuk vindt om die te bekijken, kan op de homepage klikken op het kopje “MAPPE”. Maar bij deze ook een directe link naar een van die plattegronden, het gezicht op Rome uit 1765 van Giuseppe Vasi (volledige naam: “Prospetto D’alma Città Di Roma Visto Dal Monte Gianicolo (Vasi, 1765)”). Dit is het gezicht op Rome dat ook in de Gabinetto delle Stampe hangt en dus te zien was op de foto bovenaan van mijn blog daarover. (Je kunt via de link de afbeelding ook op het volledige scherm laten zien en dan nog inzoomen.)

Prospetto d’alma città di Roma visto dal Monte Gianicolo (Vasi, 1765)

Voor wie geïnteresseerd is in Vasi, is er ook een site die ik vast al een keer heb genoemd maar bij deze voor de volledigheid nog een keer. Dit is de site waar alle afbeeldingen van Vasi te vinden zijn maar ook een interactieve plattegrond van Nolli waar je kunt zoeken op bepaalde gebouwen, architecten, etc. (via het blokje “interactive” rechtsboven). Superleuk om een keer naar te kijken!

http://vasi.uoregon.edu/index.htm

Veel plezier er mee!

Porta del Popolo

Vanochtend was ik al om 8 uur de deur uit omdat ik naar de zondagse rommelmarkt wilde bij de Porta Portese. Dat is aan de andere kant van de stad dus je bent wel even onderweg en ik wilde om 12 uur weer terug zijn om bijtijds aan het werk te kunnen vanmiddag.

Ik hoop natuurlijk altijd op een “Tussen kunst en kitsch”-momentje, dat ik ineens ergens bij een kraam een Van Wittel tegenkom. Nou, geloof het of niet, dat gebeurde inderdaad maar het was niet wat je zou denken. Ik zag op de grond tegen een tafel een lijst staan met daarin een poster van een gezicht op de Tiber. Best een aardige afbeelding maar de poster was duidelijk later in de lijst gedaan, je zag de kreukels en beschadigingen van het feit dat de poster eerst opgerold was geweest. Bovendien viel de lijst bijna uit elkaar. De man wilde er dertig euro voor hebben dus daar heb ik hartelijk om gelachen en ben vervolgens doorgelopen.

Toch heb ik nog wel een kleine aanwinst gedaan, namelijk drie prenten. Een daarvan is een prent van de Porta del Popolo (zie de afbeelding boven dit stukje). Erg leuk omdat deze er tegenwoordig zo totaal anders uit ziet!

Al vroeg stond er op deze plek een poort in de Aureliaanse muur maar deze had eerder de bedoeling het verkeer uit het noorden te stroomlijnen dan een verdedigende taak. Bezoekers aan de stad afkomstig uit het noorden kwamen namelijk via de Via Flaminia op deze manier de stad in. De Via Flaminia overstroomde nogal eens, allerhande puin met zich meevoerend, waardoor de poort door de jaren heen steeds verder werd beschadigd. Uiteindelijk werd daarom in de zestiende eeuw de poort opgehoogd (hij staat nog steeds zo’n anderhalve meter boven het oude niveau) en geheel gereconstrueerd onder paus Pius IV. Deze paus zag wel in dat ook de bezoekersstromen vanuit het noorden in die tijd steeds groter werden en wilde dus dat de poort een mooi aanzien zou krijgen. Hij gaf de taak aan Michelangelo, die er echter voor paste en het werk doorschoof naar Nanni di Baccio Bigio. Deze renoveerde de poort tussen 1562 en 1565 en liet zich hierbij inspireren door de Boog van Titus. De vier zuilen op de poort (in de huidige staat dus die van de middelste boog dus want dat was de enige die er toen stond) zijn afkomstig uit de oude Sint Pietersbasiliek (ja hoor daar zijn ze weer, de spolia 😉 ). Tevens kwam er een grote gedenkplaat op de gevel en de oorspronkelijk ronde torens aan de zijkanten van de poort werden vervangen door vierkante wachttorens. Toen zag het er dus uit zoals op mijn vandaag aangeschafte prentje.

Piazza del Popolo op een prent van Israël van circa 1640
Piazza del Popolo op de plattegrond van Rome van Falda uit 1667

De gevel aan de binnenzijde, aan de kant van het plein zelf, werd pas halverwege de zeventiende eeuw vervaardigd en wel door Gian Lorenzo Bernini. Dit was in opdracht van paus Alexander VII en ter gelegenheid van de aankomst in Rome van Christina van Zweden in december 1655. En natuurlijk werd toen ook maar direct even het familiewapen op de gevel geplakt. Deze paus Alexander was een Chigi, wiens wapen zes bergen zijn met een achtpuntige ster erboven. En dat moet natuurlijk wel gezien worden 😉

Uiteindelijk werd eind negentiende eeuw de poort verbreed met twee zijbogen om tegemoet te komen aan de immer uitbreidende verkeersstromen. De twee torens werden toen afgebroken. Hieronder nog een foto van de website van Roma Ieri Oggi (leuk om een keer een kijkje te nemen: http://www.romaierioggi.it) uit 1865, vlak voordat de poort werd vergroot en de torens werden gesloopt.†

Gabinetto Disegni e Stampe

Gisterochtend had ik een afspraak bij het Gabinetto Nazionale dei Disegni e delle Stampe, zeg maar het Nationale Tekeningen- en Prentenkabinet. Dit is onderdeel van het Istituto Centrale per la Grafica, het instituut voor alle vormen van grafische werken.

Het Tekeningen- en Prentenkabinet werd in 1895 opgericht in Palazzo Corsini, aan de Via della Lungara en vervolgens in 1950 overgebracht naar een nieuw onderkomen in de Villa Farnesina. De collectie bevat prenten, tekeningen en gravures, afkomstig uit drie verschillende “fondsen”. De eerste is meteen ook de belangrijkste: de “Fondo Corsini”. Dit zijn meer dan 6.400 folio’s en dit zijn tekeningen die oorspronkelijk behoorden tot de collectie van de Corsini-bibliotheek (1732), eigendom van de Accademia Nazionale dei Lincei. Dit was de oorspronkelijke kern van de huidige collectie. De volgende is de “Fondo Nazionale” en bevat meer dan 17.100 exemplaren. Dit zijn tekeningen die bij de collectie zijn gekomen na de oprichting in 1895 en dit onderdeel wordt dus nog steeds uitgebreid (in tegenstelling tot de Corsini-collectie). Tenslotte is er de grafische collectie en dit zijn werken die in opdracht zijn vervaardigd vanuit het Instituut door kunstenaars, voornamelijk in de 19e eeuw.

Ik was daar (hoe kan het ook anders) om tekeningen van Van Wittel te bestuderen. Ik kreeg een manuscript waar ooit tekeningen in zaten van vriend Casper plus twee grote boxen met tekeningen. In de eerste zaten bijna alleen maar tekeningen van Caspar (waaronder een aantal van de tekeningen die ooit in het eerstgenoemde manuscript hadden gezeten), de tweede was een verzameling tekeningen van verschillende kunstenaars. Het grootste deel is afkomstig uit de “Fondo Corsini”, een kleiner aantal uit de “Fondo Nazionale”, beiden goed herkenbaar aan de inventarisnummers waar dan een FC of FN voor staat.

Als ik het zo opschrijf klinkt het erg makkelijk, zo van “Doet u mijn maar twee dozen Van WIttels alstublieft”, maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik moest van tevoren een afspraak maken en exact doorgeven wat ik wilde inzien. Vervolgens moest ik me bij de ingang van het Instituut om de hoek bij de Trevi-fontein melden en me legitimeren, tegen inlevering van je legitimatiebewijs krijg je dan een bezoekerspasje mee. Dan moet je naar de studiezaal van het Prentenkabinet en daar moet je een introductiebrief inleveren. Dat is gelukkig geen probleem omdat dit heel gebruikelijk is hier en ik dus bij het secretariaat van het KNIR een dergelijke brief kan aanvragen die dan getekend wordt door iemand van de wetenschappelijk staf en zich een weg vindt naar mijn bureautje hier in de bibliotheek 🙂 🙂 Verder zijn ze best streng in de studiezaal, je moet natuurlijk witte handschoenen gebruiken en heeeeeeeel voorzichtig zijn met de materialen die je bestudeert. Op een gegeven moment kwam er een vrouw binnen, niet eens van de studiezaal zelf, die wel even kwam controleren of ik toch echt wel een potlood gebruikte om te schijven en geen pen! Maar goed, ik voldoe natuurlijk graag aan alle voorwaarden om de mogelijkheid te krijgen met mijn neus bovenop een stapel Van Wittels te staan 😉

Een manuscript en een kleine dertig prenten verder was ik klaar, maar vroeg me wel af waarom ik toch de hele tijd een fluitje hoorde. Toen ik vervolgens door de ramen van de studiezaal naar buiten keek was ik toch wel even verbaasd toen ik er achter kwam dat de studiezaal zich dus in het paleis achter de Trevi-fontein bevindt! Het fluitje was van de politie-agenten die de orde moeten bewaken bij de Trevi-fontein!