Hertziana dl 2

“Goedemiddag, heeft u al de benodigde documenten bij u?”

“Heeft u ook het aanmeldingsformulier bij u?”

“Heeft u dat al ingevuld?”

“Heeft u dit twee maal ondertekend?”

“Heeft u ook een aanbevelingsbrief bij u?”

“Heeft u ook een pasfoto meegenomen?”

“Heeft u een kopie van uw diploma meegnomen?”

“O, u heeft nog een pasje van vorig jaar. Zal ik dat dan maar gewoon met een maand verlengen?”

Ik: “Graag mevrouw, dank voor de moeite.”

IMG_5659

Caspars graf

Vorig jaar op deze datum deed ik een Caspar van Wittel-rondje door de stad met Erik, kunsthistoricus en net als ik afgestudeerd aan de UvA. We liepen langs de adressen waar Caspar gewoond heeft en bespraken wat voor omgeving dit moest zijn geweest in zijn tijd.

Een van de plaatsen waar we naar toe gingen was de Santa Maria in Vallicella, oftewel de Chiesa Nuova, waar Caspar en zijn vrouw begraven zijn. Uit meerdere bronnen had ik begrepen dat Caspars graf niet meer terug te vinden was en bij een eerder bezoek aan de kerk leek dat inderdaad ook het geval. Het graf zou in 1790 zijn afgestaan aan Andrea Vici en zijn familie. Wel wist ik ongeveer waar het zich had bevonden en ik had op een plattegrond van de kerk aangegeven waar dat was, namelijk aan het einde van het schip rechts van het koor. Ditmaal was zowaar deze hoek van de kerk leeg, waar eerder een grote biechtstoel stond was deze verdwenen en ook de kerkbanken waren tijdelijk verwijderd (naar later bleek ter gelegenheid van een feestdag ter ere van Filippo Neri). De hoek van de kerk inlopend herkend ik ineens op de vloer de naam van Andrea Vici en  toen ik deze goed bestudeerde, zag ik tot mijn stomme verbazing dat inderdaad de oude grafsteen van Caspar, alhoewel zeer beschadigd, hier nog boven in de vloer lag. De tekst die op de grafsteen stond was bekend uit het archief van de kerk en deze was deels nog te zien. Moeilijk leesbaar maar gelukkig waren een aantal woorden nog goed herkenbaar.

Het was natuurlijk fantastisch om het graf weer teruggevonden te hebben. Later werd duidelijk dat het graf ook niet was afgestaan aan Andrea Vici en de zijnen maar dat zij toestemming hadden gekregen om in hetzelfde graf begraven te worden. Wat betekent dat dit nog steeds de laatste rustplaats was en is van Caspar en zijn vrouw Anna.

Behalve de tekst op de grafsteen (zie onder) is ook het wapen op het graf terug te vinden in de kerkelijke archieven. Een veld van lazuur (helder blauw) met een gouden keper (balken in de vorm van een dak) in het midden met boven de keper twee en onder de kerk een staande eikel met twee blaadjes. Ik zou er graag nog eens achter komen wat dit wapen te betekenen heeft, dit heb ik tot nu toe nog niet kunnen achterhalen.

tekst grafsteen:
GASPARI VANVITELLIO U(L)TRAIECTENSI
VIRO INTEGERRIMO AC PICTORI ESIMIO
LUDOVICUS ET URBANUS FILII MAESTISSIMI
PATRI OPTIMO SIBI SUISQUE FECERUNT
VIXIT (ANNOS) LXXXIII. OBIT D. XIII SEPTEMBRIS
ANNO DOMINI MDCCXXXVI

 

Laten we bij het begin beginnen…

Een blog over Caspar van Wittel beginnen is leuk bedacht, maar dan moet ik natuurlijk ook wel bij het begin beginnen. Dus om goed uit de startblokken te komen, eerst maar eens een korte biografie van de schilder.

Caspar Adriaensz. van Wittel werd (hoogstwaarschijnlijk) in 1653 geboren in Amersfoort. Zijn eerste leermeester was Thomas Jansz. van Veenendaell (1628-1673/1683) bij wie de jonge Caspar een jaar of vier in de leer is geweest. Zijn tweede leertijd was onder de meer bekende Amersfoortse schilder Matthias Withoos (1627-1703). Toen Withoos en zijn gezin in 1672 naar Hoorn vluchtten omdat de Franse troepen Amersfoort dreigden in te nemen, ging Caspar met hen mee.

In 1674, rond zijn twintigste levensjaar, vertrok de jonge Van Wittel naar Rome. Van Wittel vertrok uit Amersfoort met een andere leerling van Withoos, Jacob van Staverden (1656-1716). Wanneer ze precies vertrokken zijn is niet zeker, maar begin 1675 bevond de twee zich in Rome en waren inmiddels lid van de kunstenaarsbroederschap De Bentvueghels.

Tijdens de eerste periode van zijn verblijf in Rome werkte Van Wittel een aantal jaren voor de Genuese kunsthandelaar Pellegrino Peri (1624-1699) die zijn winkel had gevestigd vlakbij de Piazza Pasquino. Van Wittel kopieerde hier veel werken van meester-schilders om hun techniek en kleurgebruik te leren kennen en hiermee verbeterde hij ook zijn eigen kwast- en kleurgebruik.

Al vroeg had Van Wittel de aandacht getrokken van Markies Sacchetti en zijn broer, de ambassadeur van Malta, en in 1682 wist de markies Van Wittel over te halen om in zijn palazzo aan de Via Giulia te komen wonen en werken. De schilder bleef hier zes jaar, tot 1688 en bij zijn vertrek uit Palazzo Sacchetti was Van Wittel een man van aanzien geworden en een bekend schilder. Zijn status werd onderstreept door het feit dat hij in 1686 lid werd van de Congregazione dei Virtuosi al Pantheon.

Hierna woonde Van Wittel van 1689 tot 1694 met Jacob van Staverden in een huis in de Vicolo della Purificazione. Volgens een van zijn biografen werd Van Wittel hier opgezocht door verschillende opdrachtgevers, waaronder ook buitenlandse bezoekers (o.a. kardinalen die een bezoek aan Rome brachten). Onder zijn Romeinse bezoekers waren Don Lorenzo Onofrio Colonna (1637-1689) & zijn zoon Filippo II Colonna (1663-1714) en Don Livio I Odescalchi (1658-1713), een neef van paus Innocentius XI (paus van 1676 tot 1689).

Van Wittel ondernam twee maal een reis naar Noord-Italië, in 1690 en 1694. De tweede rondreis heeft waarschijnlijk een paar jaar geduurd, Jacob van Staverden had tegen die tijd zijn carrière als schilder opgegeven en was gaan werken voor Innocentius XII in de pauselijke lijfgarde dus het was een goed moment voor Van Wittel om het huis dat zij (tot dan toe) samen bewoonden op te geven en op reis te gaan. In 1697 was Van Wittel weer terug in Rome, want in dat jaar trouwde hij op 18 februari met Anna Lorenzani (1669-1736), de dochter van Giovanni Andrea Lorenzani, een Romeins letterkundige en verzamelaar van kunst, manuscripten en boeken.

In 1699 verliet het echtpaar Rome om zich in Napels te vestigen. Van Wittel was door Don Luis de la Cerda de Cordoba (1660-1711), de hertog van Medinaceli en de Spaanse onderkoning van Napels, uitgenodigd om naar het koninkrijk te komen. De hertog gaf Van Wittel de opdracht zijn privé-appartementen in het paleis te decoreren. In Napels werd op 12 mei 1700 zoon Luigi Vanvitelli geboren, de latere architect. Bij zijn doop fungeerde de hertog als peetvader, Luigi is (hoogstwaarschijnlijk) naar hem vernoemd.

Na een politieke omwenteling in Napels keerde Caspar van Wittel in 1702 weer terug naar Rome. Bij terugkomst werkte Van Wittel wederom voor prins Colonna en andere Romeinse opdrachtgevers, maar ook voor Fransen, Engelsen en andere oltramontani. Van Wittel ‘hervond’ zijn oude Romeinse klantenkring en een van de meer bekende Romeinse afnemers van Van Wittel in die periode was kardinaal Pietro Ottoboni (1667-1740), achterneef van paus Alexander VIII. Ook in zijn privé-leven breidt Van Wittel uit, in 1702 wordt zoon Urbano geboren en in 1710 dochter Petronilla. (In totaal kreeg het echtpaar zes kinderen maar er overleden er helaas drie kort na de geboorte.)

Als hoge erkenning voor zijn bijzondere diensten, werd Van Wittel in 1709 officieel het Romeins burgerschap toegekend en twee jaar later, op 25 maart 1711, werd Van Wittel voorgesteld en geaccepteerd als lid van de prestigieuze Accademia di San Luca.

Van Wittel maakte in de jaren 1713 tot en met 1719 nog een aantal reizen door Italië. In dat laatste jaar verbleef hij tijdelijk met zijn zoon Luigi in Urbino op uitnodiging van kardinaal-camerlengo Annibale Albani (1682-1751), een neef van paus Clemens XI. Zoals je uit de levensloop van Van Wittel wel kunt opmaken, had het zijn van de neef van de paus zo zijn voordelen in die tijd.

Over de laatste jaren van Van Wittel als kunstenaar kan weinig worden gezegd. Van de jaren 1724 tot en met 1736 zijn er slechts een paar gedateerde werken bekend. Zijn laatste gedateerde schilderij stamt uit 1732 uit de Colonna-collectie. Van Wittel en zijn vrouw verhuisden in 1735 naar de Campo de Fiori maar lang konden ze niet van dit nieuwe huis genieten. Caspar van Wittel stierf op 13 september 1736, enkele maanden later gevolgd door zijn vrouw. In eerste instantie werd van Wittel begraven in de San Lorenzo in Damaso maar na de dood van zijn vrouw Anna werden hun gezamenlijke resten op 11 april 1737 herbegraven in de Santa Maria in Vallicella.

 

Een blog…

Goed, iedereen die mij kent weet dat ik al jaren onderzoek doe naar Caspar van Wittel en zijn familie. Ook best goed (al zeg ik het zelf), ik doe mijn best om iedereen een beetje op de hoogte te houden als ik een maandje onderzoek doe in Rome. Niet zo goed (zeggen anderen), niet iedereen kan mij volgen op Facebook. Dus om het toch weer goed te maken, bij deze een blog!