Op reis

Gisterochtend zou ik weer in het vliegtuig zijn gestapt om drie weken onderzoek te gaan doen in Rome maar helaas kon deze reis door alle omstandigheden nu niet doorgaan. Om het dan maar in een positief licht te bezien, wilde ik van de gelegenheid gebruik maken om het vandaag te hebben over de reizen die Caspar in zijn leven heeft afgelegd.

De eerste grote reis die de jonge Caspar ondernam was natuurlijk die naar Italië. Hoe de tocht precies is verlopen weten we niet maar volgens Van Wittels eerste biograaf Lione Pascoli ging de reis via Venetië, Ferrara, Bologna en Florence naar Rome. Meer informatie hebben we over een andere schilder die rond dezelfde tijd ook de reis naar Rome ondernam, Abraham Genoels. Van Wittel kende Genoels want in januari 1675 ondertekende Van Wittel de brief waarmee Genoels, afkomstig uit Antwerpen, toetrad tot het kunstenaarsgezelschap de Bentvueghels. De reis naar Rome van Genoels werd beschreven door Arnold Houbraken in zijn standaardwerk De Groote Schouburgh der Nederlantsche Konstschilders en Schilderessen. Houbraken vertelt dat Genoels op de 8e van de herfstmaand (september) in het jaar 1674 vertrok uit Antwerpen. De schilder reisde naar Keulen en vanaf daar per schip naar Frankfurt, per koets verder naar Augsburg en vervolgens te paard via Tirol naar Mestre om vanaf daar per schip naar Venetië te reizen. Na een stop in de lagunestad vervolgde het gezelschap haar weg langs Ferrara en Bologna, te paard naar Loreto en tenslotte via andere kleine steden naar Rome waar men op de 4e van de slachtmaand, oftewel 4 november, aankwam. Waarschijnlijk is het inderdaad zo gegaan want Houbraken baseert zich op Genoels zelf, hij schrijft: “dus heeft hy ’t my in een brief op gegeven”. Een reis naar Italië ging in die tijd altijd met een groep van reizigers. Edelen, ambassadeurs en andere hogere heren ondernamen de reis niet zonder een complete entourage en (jonge) kunstenaars die de tocht wilden ondernemen sloten zich vaak aan bij een reeds bestaand reisgezelschap. Dit bood hen gezelschap maar ook bescherming want in die tijd was de reis niet zonder gevaren.

Van Wittel zal de reis dus niet alleen hebben ondernomen. Naar we aannemen vertrok Van Wittel uit Amersfoort met een andere leerling van Withoos, Jacob van Staverden maar zij zullen zich vervolgens bij een groter gezelschap hebben aangesloten. Hoe dan ook kwam Van Wittel de Eeuwige Stad binnen via de Via Flaminia. De gebruikelijke entreeroute vanuit het noorden de stad in was via de Porta del Popolo. Het plein was toen nog niet geplaveid (Van Wittels veduta is van een latere datum, de tweelingkerken werden respectievelijk voltooid in 1675 en 1681):

Van Wittel zou het grootste deel van zijn leven in Rome blijven wonen, maar hij ondernam zeker twee keer in zijn leven een reis naar Noord-Italië, in 1690 en 1694. Tijdens de eerste reis bezocht de schilder in ieder geval Lombardije, dit weten we omdat er veel tekeningen en ook een aantal schilderijen zijn van Lago Maggiore en de Borromeïsche eilanden. De tweede rondreis, vanaf 1694, duurde langer, waarschijnlijk een aantal jaar en was in ieder geval uitgebreider. Van Wittel reisde eerst naar Florence, waar hij werken afleverde voor de groothertog van Toscane. Daarna bezocht hij de steden Bologna, Ferrara en Venetië, waar hij vedute schilderde voor verschillende adellijke families. Pascoli schreef dat Van Wittel de tweede reis ondernam ter ontspanning en educatie, maar hij was er kennelijk ook om zijn werken aan de man te brengen. Na Venetië reisde Van Wittel door naar Milaan waar hij ook weer verschillende opdrachten kreeg. Over deze opdrachten is niets bekend, behalve de melding van Pascoli dat Van Wittel werkte voor heren die hem beschaafd behandelden (“… perché lavorò per alcuni di que’ Cavalieri che le trattarono signorilmente.”). 

Tenslotte reisde Caspar via Piacenza weer terug naar Rome waar hij in februari 1697 trouwde. Twee jaar later verliet het jonge echtpaar de stad om naar Napels te vertrekken. Van Wittel was door de Spaanse onderkoning van Napels uitgenodigd om naar het koninkrijk te komen, hij gaf Van Wittel de opdracht zijn privé-appartementen in het paleis te decoreren. In Napels werd Caspars zoon Luigi geboren, zoals ik van de week al schreef, op 12 mei 1700. Moeder en zoon bleven niet lang in Napels want in het voorjaar van 1701 werd het er politiek behoorlijk onrustig en besloot Van Wittel beide terug te brengen naar Rome. Hij bracht ze onder dak bij zijn schoonvader maar bleef zelf heen en weer reizen tussen beide steden omdat hij nog werk had in Napels. Het najaar er op werd de situatie steeds nijpender en uiteindelijk werd Van Wittels opdrachtgever zelfs ontslagen van zijn diensten als onderkoning. Nadat hij in het voorjaar van 1702 terugging naar Spanje, besloot Van Wittel zijn voorbeeld te volgen en definitief terug te keren naar zijn familie in Rome.

4 gedachten over “Op reis”

    1. Dank Gerrit. Nog even terugkomend op je vorige reactie: ik ben niet van plan om er een boek van te maken, nee. Het zijn toch allemaal wat losse verhaaltjes en het Van Wittel verhaal is eigenlijk al grotendeels gepubliceerd in de tentoonstellingscatalogus van vorig jaar. Maar erg aardig dat je het voorstelde!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s