Veduta della strada di Porta Pinciana

Het overgrote deel van zijn stadsgezichten beeldde Van Wittel meermaals af, er zijn echter een paar vedute die hij maar eenmalig schilderde. Een daarvan is de Veduta della strada di Porta Pinciana in de collectie van Museo di Roma a Palazzo Braschi in Rome. In de collectie van dit museum is maar één Van Wittel te vinden en dat is deze eenmalig afgebeelde veduta. Grappig om dan te bedenken dat op deze plek vroeger de kunsthandel gevestigd was waar Van Wittel zich in het zweet heeft zitten werken om allerlei werken te kopiëren! (Zie ook mijn blog over Piazza Navona.)

De Veduta della strada di porta Pinciana (olieverf op doek, 49×99 cm.) laat eigenlijk een heel ander stadsgezicht zien dan we gewend zijn van Van Wittel. Er wordt geen belangrijk plein of typisch stadsgezicht afgebeeld en heeft niet het bekende ‘ansichtkaart’-karakter, kortom een veel minder toeristische kijk op de stad. Dat maakt het in mijn optiek juist ook weer interessant, het doet vermoeden dat Van Wittel dit gezicht op de Porta Pinciana voor zijn eigen plezier schilderde.

In het schilderij is de weg te zien die langs de muren van Porta Pinciana loopt, vervolgens afdaalt en doorsneden wordt door de Via Sistina. De Via Sistina heette in de tijd van Van Wittel de Strada Felice en dat weten we omdat hij er tussen 1689 en 1692 zelf gewoond heeft. Het gebouw aan de linkerkant werd gesloopt aan het begin van de 20e eeuw (maar om een idee te geven: dit vormde de grens tussen de tuin van de Villa Ludovisi en de tuinen van de paters van Sant’Isidoro). Daarachter is een rij cipressen te zien en vervolgens een aantal huizen die grenzen aan de Via degli Artisti. Aan het einde is het pauselijke complex op het Quirinaal te zien. Hierop is nog de driebogige klokkentoren afgebeeld die in 1723 werd vervangen. Aan de rechterkant op het schilderij is de muur te zien van de tuin van het klooster van Trinità dei Monti en het gebouw dat nu Villa Malta is. Tevens aan de rechterkant van het schilderij staan de (inmiddels bekende) witgesluierde figuren.

Van Wittel woonde zoals gezegd in 1689 in de Strada Felice en dit is terug te vinden in de parochiale archieven van de parochie van de Via di San Isidoro. Hierin staat Van Wittel genoteerd als Signor Gasparo Vanvittel en dat hij in een huis woonde met signor Giacomo de Uts (Jacob de Vos, een onbekende schilder) en signor Giacomo Vastavordon (Jacob van Staverden, ook afkomstig uit Amersfoort en de reisgenoot van Van Wittel). Kennelijk hadden de heren behoefte aan een huishoudster want ook zij staat vermeld: Agate Viale, serva (te vertalen als ‘dienstmaagd’). De dame in kwestie zal waarschijnlijk haar handen vol hebben gehad aan de drie heren 😉

Van Caspar naar Crozat naar Catharina

Vandaag was ik met bevriende kunsthistorici naar de tentoonstelling “Classic Beauties” in de Hermitage Amsterdam. In de tentoonstelling is ook een werk te zien van Van Wittel, namelijk Il Tevere sotto i bastioni di Castel Sant’Angelo uit 1686 (zie boven). Op het bordje staat de titel Zicht op Rome, maar ja daar zijn er natuurlijk wel meer van in het oeuvre van Van Wittel 😉

Als je de tentoonstelling inloopt, is het eerste wat je ziet een over de hele wand uitvergrote afdruk van dit schilderij ⇒IMG_1570

Het schilderij van Van Wittel is in de collectie van de Hermitage sinds 1920, daarvoor was het doek te vinden in het Gatsjinapaleis (dit was een van de zomerresidenties van de Russische tsaren). Daar kwam het terecht nadat het in 1772 was aangekocht door Catharina de Grote. De aankoop betrof niet alleen de Van Wittel maar de gehele kunstcollectie van de Franse kunstverzamelaar Pierre Crozat (1665-1740).

Pierre Crozat en zijn broer Antoine werden geboren in Toulouse als zonen van bescheiden kooplieden. Ondanks hun eenvoudige afkomst wisten de broers veel rijkdom te vergaren en zich op te werken door de hoogste rangen in Frankrijk. Pierre was de iets minder gefortuneerde broer en stond dan ook bekend als “Crozat-le-pauvre” (om hem te onderscheiden van zijn broer). Pierre Crozat was een van de meest prominente Franse financiers en wist het zelfs te schoppen tot penningmeester van koning Lodewijk XIV in 1704. In Parijs liet hij het Hôtel de Crozat aan de Rue de Richelieu bouwen en in zijn residentie huisvestte hij zijn steeds groter wordende kunstcollectie. Hij kocht niet alleen werken van oude(re) meesters, hij was ook een mecenas voor eigentijdse kunstenaars. Zo was hij een van de belangrijkste opdrachtgevers van Antoine Watteau (1684-1721). Vanaf 1714 tot 1721 trad Pierre Crozat op als agent en onderhandelaar voor Philippe II, de hertog van Orléans, inzake de aankoop van de kunstcollectie van koningin Christina van Zweden voor de Orleans-collectie. Dit is waarschijnlijk hoe hij in het bezit is gekomen van een Van Wittel.

Pierre Crozat liet zijn kunstcollectie na aan een van zijn neven, Louis Antoine Crozat (1699-1770) en na diens dood werd de verzameling verkocht aan Catherine II van Rusland. Bemiddelaars bij die verkoop waren de filosoof Denis Diderot en de verzamelaar François Tronchin. De aankoop wordt gezien als een van de meest waardevolle aankopen in de geschiedenis van de Hermitage omdat de collectie veel meesterwerken bevatte, zoals een Heilige Familie van Raphael, een Judith van Giorgione, een Danaë van Titiaan, een Danaë en een Heilige Familie van Rembrandt, werken van Rubens, Anthony van Dyck, etc. etc.

De werken uit de collectie van Pierre Crozat werden na zijn dood geïnventariseerd. In de inventarislijst staat ook het schilderij van Van Wittel genoemd en deze wordt als volgt omschreven: “Un tableau peint sur toile de douces pouces de haut sur deux pieds quatre pouces et demy de large représentant une Vue d’après nature où il y a une rivière peint par Gasparo”. Kennelijk was onze vriend Van Wittel zo bekend dat alleen zijn voornaam volstond!

Maar waarom noemen ze hem toch altijd “Vanvitelli”…? (zucht)

Hendrick Vroom

Vandaag aandacht voor het schilderij Gezicht op Hoorn van de Haarlemse schilder Hendrick Cornelisz. Vroom (1566-1640). Deze Vroom kunnen we wel ‘de vader van de maritieme schilderkunst’ noemen want hij was de eerste die zich specialiseerde in het maken van zeegezichten en dit ook wist te ontwikkelen tot een op zichzelf staand genre. In de Gouden Eeuw zou het genre heel populair worden, denk bijvoorbeeld maar eens aan de prachtige zeeslagen van Willem van de Velde in het Rijksmuseum.

Simon_Frisius_003Vroom was oorspronkelijk opgeleid tot plateelschilder maar verliet al op jonge leeftijd het ouderlijk huis om zijn geluk elders te gaan beproeven. Hij reisde via Spanje naar Italië, waar hij eerst in Florence werkte en later in Rome. Vroom zou daar uiteindelijk een kleine drie jaar blijven, waarvan hij grofweg de laatste twee jaar werkte voor kardinaal Ferdinando I de’ Medici (1549-1609). Waarschijnlijk was het juist deze kardinaal die de interesse van de schilder wist te wekken voor zeegezichten want Ferdinando was geobsedeerd door alles wat maar te maken had met maritieme zaken. Vroom legde zich in zijn tijd bij de kardinaal toe op het tekenen en schilderen van schepen en havens, waardoor hij zich helemaal in het genre specialiseerde. In oktober 1587 overleed de broer van de kardinaal (Francesco I de’ Medici) en moest de kardinaal terug naar Florence om daar zijn overleden broer op te volgen als groothertog van Toscane. Vroom was daarmee zijn opdrachtgever kwijt en besloot (na wat omzwervingen door Italië en Frankrijk) naar huis terug te keren. Terug in Nederland vestigde Vroom zich in Haarlem waar hij zijn specialisme voortzette. Vroom was hiermee de juiste schilder op het juiste moment want de scheepvaarthandel nam in die tijd een grote vlucht. Zijn reputatie groeide dan ook snel en hij kreeg steeds meer en steeds belangrijkere opdrachten. In 1622 kreeg hij van het stadsbestuur van Hoorn de opdracht een gezicht op de stad te schilderen. Na oplevering kreeg het doek een prominente plek in het stadhuis.

En dat is het punt waarop het interessant wordt. Want… toen in 1672 het bericht Amersfoort bereikte dat er een Franse troepenmacht naderde, vluchtte de schilder Matthias Withoos met zijn gezin en zijn leerling Van Wittel naar Hoorn. Withoos was bij aankomst in Hoorn al een gevestigd schilder en hij zal dus vermoedelijk met alle egards ontvangen zijn. Het huis waar hij zich vestigde was om de hoek bij het stadhuis waar zoals gezegd het Gezicht op Hoorn hing. Withoos en Van Wittel moeten het schilderij van Vroom gezien hebben, als was het alleen al uit beroepsmatige interesse. Echter, Withoos had in zijn eigen tijd in Italië ook gewerkt voor een lid van de De’ Medici-familie: een van de Italiaanse opdrachtgevers van Withoos was namelijk Leopoldo de’ Medici, een kleinzoon van Ferdinando I de’ Medici (de opdrachtgever van Vroom). Het kan bijna niet anders dan dat het werk indruk heeft gemaakt op de jonge Caspar en dat hij wat hij gezien had meenam in zijn gedachten toen hij op zijn beurt naar Italië vertrok. In veel van de vedute van Van Wittel is namelijk eenzelfde lage(re) horizon en heldere licht te zien. Zoals in vedute van de Darsena in Napels, zijn gezichten op de Tiber in Rome en in zijn Venetiaanse stadsgezichten. In ieder geval deed Vrooms Gezicht op Hoorn toen ik het een paar jaar geleden voor het eerst zag, mij in veel opzichten denken aan Van Wittels Il Molo, la Piazzetta e il Palazzo Ducale uit 1697 (nu in het Prado in Madrid):

gezicht op de molo prado

PS In het kader van de zoekplaatjes: zoek het poepende mannetje 😉

Piazza Navona

Volgens de geheel herziene editie van de monografie van Briganti uit 1996 (de eerste versie was uit 1966) is Piazza Navona door Van Wittel negen maal afgebeeld. Daar heb ik er vier van in levende lijve gezien. Een in de Colonna-collectie, een in de Medinaceli-collectie, een die nu in Palazzo Zevallos Stigliano hangt (zie mijn eerdere blogbericht) en een in de collectie van het Thyssen-Bornemisza in Madrid:

https://www.museothyssen.org/en/collection/artists/wittel-gaspar-van/piazza-navona-rome

Als je via deze link op de site van museum Thyssen-Bornemisza het schilderij wilt bekijken, kun je op het blokje “VIEW GIGAPIXEL IMAGE” klikken om in te zoomen op het schilderij om het tot in de kleinste details te bestuderen. Erg leuk! Zoek bijvoorbeeld eens naar een lid van de Zwitserse garde die een drankje koopt bij een straatventer, in een etalage uitgestalde pruiken in drie verschillende kleuren, bloempotten op balkons naast de was die daar te drogen hangt of kijk door het gat in de Vierstromenfontein van Bernini heen om de mensen te zien erachter op het plein. Ook leuk zijn de uitstallingen van de verschillende winkels, links op het schilderij is een boekwinkel te zien (meteen rechts van de ingang van Palazzo Pamphili, zie ook het wapen op de gevel) waar boven de ingang een aantal schilderijen hangen.

Op en rondom Piazza Navona waren in de tijd van Van Wittel veel kunsthandelaren gevestigd. Schilderijen werden verkocht door verschillende soorten handelaren, zo konden kunstenaars een eigen atelier hebben waar ze hun werk verkochten maar verkochten handelaren in pigmenten en kleurstoffen ook vaak schilderijen. Een bepaalde groep handelaren waren de zogenaamde regattieri of rigattieri, dit waren handelaren in tweedehands kleding en meubilair. Zij kochten gehele inventarissen op om die vervolgens door te verkopen en in deze inboedels bevonden zich meestal ook kunstobjecten. Handelaren die zich hadden gespecialiseerd in de (door)verkoop van schilderijen werden rigattieri di quadri genoemd of rivenditori di quadri.

Van Wittel heeft in zijn beginjaren voor een kunsthandelaar gewerkt, Pellegrino Peri, die zijn zaak had gevestigd aan Piazza Navona, op de plek waar het palazzo stond van de hertog van Bracciano. Dit gebouw bestaat niet meer als zodanig omdat het aan het einde van de achttiende eeuw via paus Pius VI in handen kwam van de familie Braschi en het vervolgens geheel werd herbouwd in neoclassicistische stijl. In Palazzo Braschi is nu het Museo di Roma gevestigd, die wel een Van Wittel in de collectie heeft, alleen niet een waarop Piazza Navona staat afgebeeld 😉

 

Napels – Darsena

Om de serie over Napels af te sluiten een van de schilderijen van Van Wittel van de Darsena in Napels. Van Wittel heeft het havengezicht een keer of twintig afgebeeld, deze specifieke afbeelding is van het schilderij in de Carmen Thyssen-Bornemisza-collectie (te zien in Museo Nacional Thyssen-Bornemisza in Madrid). Zoals altijd in Van Wittels werk zijn er geen twee afbeeldingen hetzelfde, elke “Darsena” heeft een andere aankleding (andere vaartuigen op andere posities, andere figuren). Van de circa twintig afbeeldingen is dit gezichtspunt door Van Wittel het meest gebruikt, vanaf de kade van de “Darsena delle Galere”, de haven van de galeien. Deze haven was gebouwd door de Spaanse onderkoning Pedro Antonio de Aragón (onderkoning van 1666 – 1671).

Volgens mijn woordenboek betekent de term “darsena” open dok of havenbekken. In het schilderij wordt inderdaad een dok afgebeeld maar het betreft de militaire sector van de haven. Links is het Palazzo Reale (de koninklijke residentie) te zien en aan de rechterkant Castel Nuovo. In het midden ligt in de verte op de Vomero-heuvel het Certosa di San Martino met daarachter Castel Sant’Elmo. De meeste van de Darsena-vedute hebben Capodimonte als centraal punt maar er zijn er ook die een deel van de haven afbeelden of Castel Nuovo als middelpunt hebben. In het Museo di San Martino wordt een (ontwerp)tekening bewaard van dit gezicht op de haven:

Versie 2

Een van de dingen die ik zo leuk vind aan Caspars werk is dat je dit soort schilderijen keer op keer kunt bekijken en steeds weer iets nieuws kunt ontdekken, het zijn bijna zoekplaatjes! Hier bijvoorbeeld de werkzaamheden aan het schip rechts (let ook op het mannetje in het kraaiennest) of de verschillende figuren op en voor het schip links. Daar zitten niet alleen twee mannen gezellig op de achtersteven met elkaar te praten, ook zijn op de kade twee in het wit geklede figuren te zien. Deze zijn zeer typisch voor Van Wittel. Op veel van zijn stadsgezichten zijn twee of meer wit gesluierde figuren te zien. Nu ik dat verteld heb, zijn ze vast en zeker overal te ontdekken 😉

Op de site van museum Thyssen-Bornemisza is het mogelijk om in te zoomen op dit schilderij, leuk als je alle details goed wilt bekijken:

https://www.museothyssen.org/en/collection/artists/wittel-gaspar-van/darsena-naples

Op mijn laatste dag in Napels heb ik geprobeerd er achter te komen waar vandaan nu precies Van Wittel dit gezicht op de haven heeft kunnen zien maar dat is me helaas niet gelukt. Onder andere omdat ik op een bepaald punt ongemerkt het militaire terrein was opgelopen en snel werd teruggefloten door een zeer strenge bewaker. Door de bebouwing is er echter nog maar heel weinig over van het havengezicht van toen. Gelukkig hebben we de plaatjes nog!

 

 

Luigi’s kerken in Napels

Alhoewel Caspar de directe reden was voor mijn bezoek aan Napels, heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om wat andere interessante werken te bezichtigen. Natuurlijk de meer gebruikelijke (en toeristische) hoogtepunten als Santa Chiara, de Capella Sansevero, de Pio Monte della Misericordia, de Duomo en het Museo Archeologico Nazionale (om er maar een paar te noemen), maar zeker ook de werken die Luigi Vanvitelli de stad heeft nagelaten.

IMG_0433  Piazza Dante met zijn door Luigi ontworpen halve boog,

IMG_0574 (de gevel van) Palazzo di Calabrito aan de Piazza dei Martiri

en twee kerken in de stad (zie onder, de derde was helaas niet meer toegankelijk).

Overigens ben ik ook nog even gaan kijken naar de

IMG_0536  Albergo dei Poveri,

ontworpen door zijn aartsvijand Ferdinando Fuga maar dit gebouw ligt er wel erg vervallen bij.

De eerste kerk die ik bezocht was de Chiesa di San Vincenzo de’ Paoli. Deze kerk heet eigenlijk de Chiesa della Missione ai Vergini en bevindt zich ook in de Via Vergini. De bouw van de kerk begon in 1724, toen de broederschap van de nabijgelegen kerk van Santa Maria dei Vergini de behoefte kreeg om naar een nieuw gebouw te verhuizen. Deze broederschap van missionarissen had zich in 1669 in Napels gevestigd maar breidde zich in de achttiende eeuw uit. De opdracht voor de constructie van de nieuwe kerk werd verstrekt aan Luigi, die het gebouw voltooide in 1760. De huidige gevel werd pas in 1788 toegevoegd door een onbekende architect.

Het gebouw werd beschouwd als een van de meesterwerken van Vanvitelli en werd al snel gebombardeerd tot het referentiemodel voor de religieuze architectuur in de stad. Het interieur heeft een centraal plan en een koepel met trommel waarop een lantaarn is geplaatst. Het grappige is, dat toen ik de kerk binnenkwam, deze me direct deed denken aan de San Carlo alle Quattro Fontane in Rome. En dat is een van mijn absoluut favoriete kerken in Rome van een van mijn favoriete architecten, Francesco Borromini. Voor mij is het een duidelijk voorbeeld van hoe Luigi de overgang maakte van barokarchitectuur naar de neoklassieke stijl die zo duidelijk is in het ontwerp voor het paleis van Caserta.

De tweede kerk, de basiliek van Santissima Annunziata Maggiore (aan de Via Annunziata, hoe kan het ook anders), is onderdeel van een complex wat oorspronkelijk werd gevormd door een ziekenhuis, een hospice voor wezen en slaapzalen voor arme meisjes en wezen. In dit complex is nog steeds het vondelingenwiel te bezichtigen dat werd gebruikt door moeders om hun baby’s achter te laten. Dit “ruota degli esposti” was tot 1875 in gebruik maar ook nadat het gesloten was, werden er nog steeds veel baby’s te vondeling gelegd op de trappen van de kerk.

Al in de 13e eeuw werd op deze plek een kerk gebouwd die in de 16e eeuw volledig werd herbouwd (inclusief uitbreiding). De grote klokkentoren naast de kerk is ook uit deze periode. De kerk werd verwoest bij een brand in 1757, waarna de reconstructie (in april 1758) werd toevertrouwd aan Luigi. De werkzaamheden begonnen in 1760 maar waren nog niet afgerond bij zijn dood in 1773. Zij zoon Carlo Vanvitelli nam het over, die tussen 1774 en 1782 de koepel en de gevel voltooide.

Het interieur is een Latijns kruis met een enkel schip en zes zijkapellen en wordt beschreven als een van de mooiste ontwerpen van Luigi. Het schip is breed en er is gebruik gemaakt van Korinthische kolommen om het schip te verbinden met de viering en de zijkapellen. (De zijkapellen doen ook sterk denken aan de Palatijnse kapel in het paleis van Caserta). De kerk heeft een barokke stijl, maar wel sterk gemengd met classicisme. Alhoewel het interieur klassiek aandoet, doet de concave gevel met de klassieke kolommen direct denken aan de barokke gevels van Bernini en Borromini in Rome. (Al vraag ik me wel af wie die vreselijke gele kleur heeft bedacht 😉 )