Luigi’s doop(namen)

Vandaag was ik door een catalogus aan het kijken over een tentoonstelling in Caserta waar ook werd verwezen naar de doop van Luigi op 26 mei 1700 in Napels. Luigi was daar twee weken eerder geboren, op 12 mei 1700.

Caspar en Anna hadden al eerder een zoon gekregen, Urbano (op 18 november 1698) maar deze was helaas een paar dagen na zijn geboorte al overleden. Vervolgens had het echtpaar Rome verlaten om naar Napels te komen. Van Wittel was door Don Luis de la Cerda de Cordoba (1660-1711), de hertog van Medinaceli en de Spaanse onderkoning van Napels (van 1695 tot 1702), uitgenodigd om naar het koninkrijk te komen. (Zie over De la Cerda ook mijn eerdere blog: https://casparvanwittel.blog/2018/07/08/luis-francisco-de-la-cerda/ )

Van Wittel werd door de hertog gevraagd zijn appartementen in het paleis te decoreren. Volgens de eerste biograaf van Van Wittel, Lione Pascoli, was dit dankzij de bemiddeling van Filippo II Colonna die getrouwd was geweest met de zus van de hertog, Lorenza de la Cerda. Maar de hertog kende Van Wittel al uit Rome waar de hertog ambassadeur van Spanje was geweest in het Vaticaan van 1687 t/m 1696 (hij werd in 1696 benoemd tot onderkoning van Napels). Naast de opdracht voor De la Cerda leverde onze vriend Caspar in Napels o.a. ook werk af voor de prinsen Caracciolo d’Avellino. Deze adellijke familie was ook weer via een huwelijk verwant aan de Colonna’s want in 1687 was Marino Francesco Caracciolo (1668-1720) getrouwd met een nicht van Lorenzo Onofrio Colonna (= de vader van Filippo II), Antonia Spinola Colonna. Dit leverde prins Caracciolo behalve uitstekende familieconnecties ook een bruidsschat op van maar liefst 60.00 dukaten!

Goed, zoals gezegd werd Luigi dus geboren in Napels en hij werd officieel ten doop gehouden door zijn peetvader, Luis de la Cerda, al liet deze laatste zich bij de doop niet persoonlijk zien. In het doopbewijs staat namelijk dat hij werd vertegenwoordigd door “Capitano don Giovanni”. In de inschrijving van de doop wordt ook de volledige naam van Luigi vermeld: Luigi Gaetano Berardino Giovanni Francesco Nereo Achille. De naam Luigi kwam (natuurlijk) van zijn peetvader, Luis de la Cerda en de laatste twee namen verwijzen naar de christelijke heiligen Nereus en Achilleus die op 12 mei worden herdacht.

Nereus en Achilles waren broers die soldaten waren in het Romeins keizerlijke leger en lid van de Pretoriaanse wacht. Na hun bekering tot het Christendom werden de broers verbannen. Het verhaal is me niet geheel en al duidelijk maar er is een schilderij van de twee met hun meesteres Flavia Domitilla te vinden in de Santa Maria in Valicella, geschilderd door Peter Paul Rubens:

Nereus en Achilleus hadden hun meesteres er van overtuigd dat zij beter kon afzien van haar geplande huwelijk en voor een huwelijk met Christus kon kiezen. Zij liet zich overtuigen met een reeks van vervolgingen tot gevolg. Nereus en Achilleus werden gefolterd en onthoofd, Domitilla werd uiteindelijk opgesloten in een huis en daar samen met haar bekeerde vriendinnen verbrand. Het loopt echt nooit goed af met die heiligen 😉

Dat dit schilderij in de Chiesa Nuova oftewel de Santa Maria in Vallicella (oftewel de kerk van Filippus Neri (1515-1595), de stichter van de orde der Oratorianen) hangt komt doordat de opvolger van Neri, Cesare Baronio (1538-1607) door paus Clemens VIII in 1596 tot kardinaal benoemd. Baronio koos de basiliek gewijd aan Nereus en Achilleus tot zijn titelkerk en liet de relieken van de drie heiligen naar zijn titelkerk overbrengen.

Voor ons is de kerk natuurlijk veel bekender dankzij het feit dat Caspar hier begraven ligt met zijn vrouw Anna. Dat zij hun zoon de doopnamen Nereus Achille meegaven is waarschijnlijk ingegeven door de geboortedatum van Luigi op 12 mei, de dag waarop de heiligen herdacht worden. Later zou Luigi zelf zijn band met de Santa Maria in Vallicella bevestigen door de hamer en troffel die gebruikt werden bij de eerste steenlegging van het paleis van Caserta en hem door de koning van Napels werden geschonken aan de kerk te schenken als ex-voto (deze zijn nog steeds te vinden in de kamers van Filippo Neri naast de kerk).

Van Wittels in de Barberini

Zoals ik in het vorige blog schreef, heeft de Barberini (nu onderdeel van de Gallerie Nazionale, voorheen de Galleria Nazionale d’Arte Antica) een aantal Van Wittels in de collectie. De afgelopen jaren waren deze vaak niet te zien omdat de tweede etage waar ze hingen, vaak gesloten was wegens gebrek aan personeel. Sinds kort zijn ze echter weer te bewonderen want in april 2019 is er een nieuw gedeelte geopend met 10 tentoonstellingszalen (de nummers 33 t/m 42) in de zuidvleugel van het paleis op de piano nobile (wat wij de eerste etage noemen). Hier zat voorheen (een deel van) het Ministerie van Defensie maar is inmiddels geheel gerestaureerd en weer geopend voor het publiek. De zalen hebben een totaal van 750 vierkante meter nieuwe tentoonstellingsruimte en alles is er nieuw. Van nieuwe verlichting tot aan nieuwe looproutes en nieuwe panelen met uitleg en opschriften aan toe. De bedoeling is dat het hiermee voor de bezoekers een beter toegankelijk museum wordt.

De allerbelangrijkste zaal in de nieuwe opstelling is natuurlijk zaal 40, gewijd aan “la veduta Romana”. Oké, er hangt ook een Pannini en die is best aardig maar waar het om gaat zijn natuurlijk de Van Wittels!

Deze zijn afkomstig uit de Odeschalci-collectie en werden gedoneerd aan de Galleria Nazionale in 1895. En er is natuurlijk weer van alles op te zien, zoals bijvoorbeeld op de veduta met de Villa Medici. Je ziet de was buiten hangen, dames op een balkonnetje met elkaar converseren en midden voor in beeld hangt een jongetje tegen een paaltje met het jaartal.

Super leuk om ze weer te kunnen zien 🙂 🙂

Palazzo Barberini

Er is altijd een goede reden om Palazzo Barberini te bezoeken. Is het niet dat hier de Galleria Nazionale d’Arte Antica is gevestigd, is het wel dat het een prachtig gebouw is. Het is het ultieme barokpaleis met een enorme oppervlakte van 12.000 m2, 187 kamers en 11 trappen(huizen). Oorspronkelijk stond op deze plek een villa van de Sforza-familie die werd opgekocht door Maffeo Barberini (1568-1644) nadat hij in 1623 was verkozen tot paus Urbanus VIII. De aankoop deed hij voor zijn drie neven, Taddeo, Francesco en Antonio Barberini. De meest gerenommeerde kunstenaars van de tijd werden in de arm genomen om de villa om te bouwen tot paleis. Carlo Maderno (1556-1629) bedacht de lay-out, het paleis heeft de vorm van een H met daaromheen een grote tuin. De grote centrale hal die twee etages hoog is en het vierkante trappenhuis zijn van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). In de hal werd door Pietro da Cortona een enorm plafondfresco geschilderd, de “Triomf van de Goddelijke Voorzienigheid”, om de wereldlijke en spirituele autoriteit van het Barberini-pontificaat te vieren (let vooral ook op de drie Barberini-bijen, alom aanwezig in het paleis zelf maar dus ook prominent op het plafond):

Maar een van de mooiste dingen is toch wel het helix-vormige trappenhuis van Francesco Borromini (1599-1667):

Een andere bijzonder goede reden om te gaan is dat het museum een aantal Van Wittels in de collectie heeft. Daarover later meer want de reden dat we er gisteren waren, was dat het nu tijdelijk mogelijk is de appartementen te bezoeken op de derde etage. Deze appartementen zijn in de 2e helft van de 18e eeuw ingericht door prinses Cornelia Costanza Barberini en haar man prins Giulio Cesare Colonna di Sciarra en zijn perfect bewaard gebleven.

Als je vanuit de appartementen naar buiten kijkt kun je de achterzijde van het paleis zien waar eens de keukens waren (linkerfoto) en aan de andere kant het deel waar nog steeds iemand woont van de familie, de huidige prinses Barberini (rechterfoto):

Dat de familie er nog woont, is niet verwonderlijk misschien maar het kon soms raar lopen in het zeventiende-eeuwse Rome. Na de dood van Urbanus VIII (in 1644) werd het paleis namelijk geconfiskeerd door zijn opvolger, paus Innocentius X. Deze Pamphili-paus had nogal wat te verhapstukken met de Barberini-neven, deze laatsten vluchtten zelfs tijdelijk naar Frankrijk. Uiteindelijk werden de geschillen bijgelegd (eerder voor de lieve vrede dan echte vrede want de Franse kardinaal Mazarin dreigde troepen naar Italië te sturen) en werd in 1653 werd het paleis aan ze teruggegeven.

De Italiaanse staat verwierf het paleis in 1949, samen met 112 kunstwerken, direct van de familie en vestigde er een museum in. Dit museum is sinds kort met de Galleria Corsini samengegaan en het geheel is nu de Gallerie Nazionale geworden.

De ‘passonata’

Zoals ik vandaag al vertelde was ik gisteren tekeningen kijken in het prentenkabinet. Naast de fijne verrassing van de Luigi-tekeningen was ik ook blij om de Van Wittel-tekeningen te zien die ik vorige keer niet meer had kunnen opvragen. Een daarvan was de prachtige tekening boven dit stuk. Hierop heeft onze vriend Caspar de passonate afgebeeld.

Deze passonata was een project van Cornelis Meijer (zie eerdere blogs voor meer info: links hieronder).

https://casparvanwittel.blog/2017/07/08/cornelis-meyer-de-tiber/

https://casparvanwittel.blog/2017/07/18/cornelis-meyer-de-tiber-dl-2/

https://casparvanwittel.blog/2018/07/23/cornelis-meijer-de-tiber-dl-3/

Meijer was in Amsterdam geboren maar reisde in 1674 naar Venetië waar hij zijn technische expertise probeerde te slijten aan de Venetiaanse Republikeinse overheid. Geen al te gekke gedachte want Venetië kende natuurlijk een soort van overeenkomstige waterproblematiek als de Nederlandse Republiek. Meijer had behoorlijk succes in de lagunestad, een aantal van zijn ideeën kreeg gehoor en deze plannen werden vervolgens uitgetest en aangenomen. Meijer kreeg de leiding over alle werkzaamheden en hem werd zelfs officieel de titel van ingenieur toegekend. In maart 1675 vertrok Meijer naar Rome, zelfs nog voordat hij zijn taken als opzichter van het uitbaggeren van de haven op zich had genomen. Hij beloofde snel terug te keren naar de Republiek maar uiteindelijk is dit nooit gebeurd. 

In Rome vond Meijer nieuwe mogelijkheden om zijn technische vaardigheden aan te wenden. Hij raakte betrokken bij een project in het noorden van Rome. Hier vormde de Tiber een gevaar voor de Via Flaminia, de straat die leidde naar de Piazza del Popolo. De meanderende rivier dreigde meer dan eens de directe toegangsweg naar de stad te overstromen wat natuurlijk niet erg handig was voor de noordelijke bezoekers aan de stad. Paus Clemens IX (paus van 1667-1669) had reeds de beste ingenieurs en architecten in Italië te hulp geroepen om een plan te bedenken om dit te voorkomen. Daaropvolgend schreef hij een competitie uit die werd gewonnen door een jonge leerling van Bernini, Carlo Fontana. In de tussentijd echter overleed de paus en de nieuwe paus Clemens X (paus van 1670-1676) aarzelde om de volgende stap te nemen omdat hij de plannen van Fontana te duur vond. Terwijl paus en kardinalen drukke discussies voerden over Fontana’s plan, arriveerde Meijer in Rome. Hij suggereerde (via de Venetiaanse ambassadeur van de Heilige Stoel) een hele andere oplossing voor de problemen bij de Via Flaminia. En aangezien de plannen van Meijer veel goedkoper waren, besloot de paus Meijer de opdracht toe te kennen (en daarmee Fontana te passeren). In maart 1676 begon Meijer aan het project, hij verwijderde een aantal obstakels uit de rivierbedding en plaatste vervolgens een lange rij palen in de rivier. Dit was de passonata en deze zorgde ervoor dat de stroming van de rivier werd verlegd waardoor de Via Flaminia geen gevaar meer liep. Het was een enorm succes en maakte Meijer direct een bekend figuur in de Romeinse wereld van architecten en ingenieurs!

Gabinetto – dl 2

Oké, ik geef toe, gisteren heb ik me er een klein beetje makkelijk van af gemaakt.. Het was laat en ik was moe en het was een te drukke dag geweest om heel uitgebreid te schrijven. Maar dat gaan we vandaag goedmaken 😉

Gisterochtend was ik om 9.00 al weer present bij het Gabinetto dei Disegni e delle Stampe voor de tweede lading Van Wittel-tekeningen. Zoals ik vorige keer al vertelde is het prentenkabinet onderdeel van het Istituto Nazionale per la Grafica en bevindt zich in Palazzo Poli. De ingang is aan de Via della Stamperia:

Bij de ingang meld je je bij de balie, geef je je identiteitskaart af, wordt je ingeschreven, krijg je een bezoekerspasje, wordt je telefonisch aangekondigd bij het kabinet en loop je vervolgens door het gebouw in via het centrale halletje:

Dan ga je met het liftje naar de tweede etage en gaat daar gang na gang na gang na gang na gang door:

Ja, de eerste keer ben ik dus ook inderdaad verdwaald 😉

Maar dan ben je toch echt daadwerkelijk aangekomen in het Gabinetto:

Overigens is het ’s ochtends nog ‘redelijk’ rustig bij de Trevi-fontein…

Na al deze ‘omzwervingen’ wacht je dan braaf totdat de door jou aangevraagde tekeningen uit de kluis naar je toe worden gebracht en kun je aan het werk:

Van tevoren moet je een afspraak maken en opgeven wat je wilt bekijken/inzien. De meeste Van Wittels in de collectie had ik al aangevraagd voor de vorige afspraak maar er waren er nog een paar die ik niet gezien had omdat je niet onbeperkt kunt opvragen. Voor de afspraak gisteren had ik twee losse inventarisnummers doorgegeven die enkel in een archiefdoos opgeslagen waren plus een serie nummers die samen in een map zouden zitten. Ik kreeg die hele map en inderdaad zaten er een paar Van Wittels in maar wat schetste mijn verbazing… er zat ook een aantal schetsen in van vriend Luigi!! Wat zijn dat toch heerlijke momenten, gewoon cadeautjes 🙂 🙂 Het waren er niet veel maar wel hele leuke, namelijk schetsen voor onderdelen van de Reggia van Caserta. Bijvoorbeeld een opzet voor een loge in het theater van het paleis met allemaal berekeningen er bij. En om het dan goed zichtbaar te maken had hij er ook mensjes in getekend:

Dat was dus een heerlijke ochtend!!!

Een ‘vaas’ van Withoos

Gisteravond waren we met een groep mensen van de gastenverdieping van het KNIR naar de opening van een tentoonstelling ‘aan de overkant’. In de Galleria nazionale d’arte moderna e contemporanea werd de tentoonstelling “On Flower Power. The Role of the Vase in Arts, Crafts and Design” geopend.

De tentoonstelling viel wat tegen, het was maar één zaal en de kunst was niet erg interessant (al doen mensen op zo’n opening natuurlijk wel erg alsof alles heeeeel interessant is). We zijn dus maar op de trappen voor het museum gaan borrelen en mensen gaan kijken 🙂 Toen ik vervolgens bij het eten vroeg waar ik mijn blog over moest schrijven was het antwoord: over vazen! En ja, onze vriend Caspar maakte prachtige stadsgezichten maar schilderde geen vazen. Gelukkig beeldde zijn leermeester uit Amersfoort Matthias Withoos deze wel af, al zijn het in zijn geval eerder urnen 😉

Matthias Withoos (1627-1703) stond bekend om zijn weergave van de natuur (dieren, bloemen en vruchten) en zijn landschappen. Hij was een leerling geweest van de bekende Nederlandse schilder en architect Jacob van Campen (1596-1657), die bevriend was met zijn vader. Withoos werd in 1647 geïnstalleerd als lid van het schildersgilde in Amersfoort. Volgens Arnold Houbraken (in zijn boek De groote schouburgh der Nederlantsche Konstschilders en schilderessen waar meerdere levensbeschrijvingen instaan van kunstschilders uit de zeventiende eeuw) kreeg Withoos vervolgens net als andere “jonge knapen” de reislust in zijn hoofd en ondernam met vijf anderen de reis naar Rome. En natuurlijk trad hij daar toe tot de Bentvueghels, binnen de Bent stond hij bekend onder de naam “Calzetta bianca”, een vertaling van zijn familienaam. In Italië werkte Withoos voor kardinaal Leopoldo de’ Medici (1617-1675), de jongere broer van Ferdinando II de’ Medici (1610-1670), de toenmalige Groothertog van Toscane. Leopoldo de’ Medici had een grote interesse in wetenschap en technologie (hij was zelf een geleerde) en was beschermheer van de kunsten (hij was een groot verzamelaar van zeldzame boeken, schilderijen, tekeningen, beelden, munten en zelfportretten). Voor Withoos zal het gunstig zijn geweest zo’n belangrijk heerschap als opdrachtgever te hebben maar hij verlangde toch terug naar Nederland. Terug in Amersfoort werd Withoos niet alleen een bekend schilder maar ook een man van aanzien (hij werd in 1665 benoemd tot lid van de raad, in 1671 tot schepen en vanaf 1668 was hij tevens stadsweesmeester). 

Volgens Houbraken was Withoos een goedaardige man die veel van zijn kinderen hield. Daarnaast was hij een vlijtig en ijverig schilder, al werd hij op latere leeftijd zo erg geplaagd door de jicht dat hij soms meerdere maanden niet kon werken. Naast vier dochters had Withoos drie zonen, die alle drie “de Konst hanteerden”. Zowel de vader als de kinderen schilderden veel bloemen, fruit en dieren in olie- en waterverf. Daarnaast stond Withoos bekend om zijn landschappen, tijdens zijn verblijf in Italië schilderde hij ook meerdere vedute. En hij schilderde dus ook ‘vazen’ 😉 😉

Prospetto di Roma – Vasi 1765

Gisteren had ik het over de website van Roma Ieri Oggi. Deze heeft allemaal fantastische foto’s van Rome door de jaren heen maar ook een aantal oude plattegronden. Wie het leuk vindt om die te bekijken, kan op de homepage klikken op het kopje “MAPPE”. Maar bij deze ook een directe link naar een van die plattegronden, het gezicht op Rome uit 1765 van Giuseppe Vasi (volledige naam: “Prospetto D’alma Città Di Roma Visto Dal Monte Gianicolo (Vasi, 1765)”). Dit is het gezicht op Rome dat ook in de Gabinetto delle Stampe hangt en dus te zien was op de foto bovenaan van mijn blog daarover. (Je kunt via de link de afbeelding ook op het volledige scherm laten zien en dan nog inzoomen.)

Prospetto d’alma città di Roma visto dal Monte Gianicolo (Vasi, 1765)

Voor wie geïnteresseerd is in Vasi, is er ook een site die ik vast al een keer heb genoemd maar bij deze voor de volledigheid nog een keer. Dit is de site waar alle afbeeldingen van Vasi te vinden zijn maar ook een interactieve plattegrond van Nolli waar je kunt zoeken op bepaalde gebouwen, architecten, etc. (via het blokje “interactive” rechtsboven). Superleuk om een keer naar te kijken!

http://vasi.uoregon.edu/index.htm

Veel plezier er mee!