Caspar’s schoonfamilie

Vandaag kwamen we bij een rondleiding in de tentoonstelling te spreken over Caspar’s schoonfamilie. Door zijn huwelijk op 18 februari 1697 met Anna Lorenzani (1669-1736) kwam Van Wittel terecht in een hechte schoonfamilie. Anna was de dochter van Giovanni Andrea Lorenzani (1637-1712), die oorspronkelijk “ottonaio” van beroep was. Een “ottonaio” is wat we in het Nederlands een geelgieter zouden noemen, een koperslager of kopergieter die met geelkoper of messing werkt. De vader van Anna had een huis plus bottega (een werkplaats annex winkel) in de Via dei Coronari ter hoogte van de San Salvatore in Lauro. De Via dei Coronari ligt ten noorden van Piazza Navona, zoals hieronder te zien op de uitsnede van de plattegrond van Rome van Falda uit 1648.

IMG_2873 kopie

Anna’s vader oefende zijn vak klaarblijkelijk met veel succes uit want niet alleen werkte hij voor de belangrijkste families van Rome, hij verdiende kennelijk ook voldoende om een grote collectie kunst, manuscripten en boeken te kunnen verzamelen. Alhoewel hij van huis uit een ambachtsman was, ontwikkelde hij zicht tot een verzamelaar en geletterd man met veel belangrijke connecties. NaamloosLorenzani schreef theatrale opera’s, drama’s, komedies, poëzie en verschillende stukken voor muziek (aria’s, oratoria, sonates, etc.). Ook schreef hij theaterstukken die bij belangrijke gelegenheden werden opgevoerd als het huwelijk van de hertog van Bracciano Flavio Orsini (in 1675) of in het bijzijn van belangrijke Romeinse opdrachtgevers als Christina van Zweden (in 1685). Schijnbaar was Lorenzani een zeer gelovig en zeer bescheiden man, bronnen beschrijven hem als iemand die nooit op zoek was naar glorie of erkenning van zichzelf maar juist liever in de schaduw bleef van zijn beschermheren.

Giovanni Lorenzani was in 1659 getrouwd met Giovanna Petrucci en uit dit huwelijk werden maar liefst acht kinderen geboren. Een eerste zoon, Giovanni Antonio werd in 1661 geboren maar stierf negen maanden later. Daarna volgden er nog twee zonen, Lelio Francesco (1662-1671) en Giuseppe Anastasio (1664-1709). Daarna werden er drie dochters geboren, Anna (1669-1736), Maddalena (1671-1705). en Brigita (1675-?). Daarna volgden er nog een zoon, Felice (1678-1679) en een dochter, Teresa (1687).

Drie dochters trouwden met kunstenaars: Anna trouwde zoals gezegd met Van Wittel, Maddalena huwde schilder en graveur Antonio Colli (1670-?) en Teresa trouwde met de muzikant en componist Carlo Flavio Lanciani (1661-1706). De familie Lorenzani was een hechte familie, het gezin Colli woonde naast de familie Lorenzani in de Via dei Coronari terwijl Teresa en Carlo Flavio tussen 1698 en 1699 vlakbij Anna en Caspar woonden in de Via della Purificazione.

Zoals gezegd was Lorenzani een geletterd man geworden en mede door toedoen van zijn broer Paolo Lorenzani (1640-1713) en zijn schoonzoon Lanciani werd hij ook opgenomen in het Romeinse muzikale circuit. Lanciani componeerde zelfs muziek bij zijn schoonvaders poëzie. Afgezien van de vele gelegenheden die Lorenzani bijwoonde als auteur of als toeschouwer, opende hij ook de deuren van zijn eigen huis waar hij veel avonden organiseerde voor een kring van theater- en muziekliefhebbers. Van deze bijeenkomsten was prins Lelio Orsini een frequent bezoeker (Lelio Orsini was tevens peetvader van de tweede zoon van Lorenzani, Lelio Francesco).

Dat Caspar een goede band had met zijn schoonfamilie blijkt ook uit het feit dat zijn schoonmoeder na het overlijden van zijn schoonvader bij Caspar en Anna en hun gezin introk in de Via dei Cimatori. Lorenzani bereikte de respectabele leeftijd van 75 jaar en zijn vrouw was maar liefst 82 jaar oud bij haar overlijden in 1717. Caspars hoge leeftijd heeft misschien wel of niet in zijn eigen genen gezeten maar in ieder geval wel in die van zijn schoonfamilie 😉 😉

Stamboom(pje)

Vorig weekend hielden Albert Boersma en ik een lezing in Kunsthal KAdE over de sporen van het leven van Caspar van Wittel in Nederlandse en Romeinse archieven. Erg leuk om dit samen te kunnen doen want wij kennen elkaar al langer en hebben vaak resultaten van ons speurwerk (o.a. in de verschillende archieven) met elkaar gedeeld. Albert doet onderzoek naar Matthias Withoos, de leermeester van Caspar van Wittel. Hij heeft een stuk in de tentoonstellingscatalogus geschreven over de jeugd van Caspar en zijn ouders en heeft daarvoor ook onderzoek gedaan naar het woonhuis van Caspars ouders. Zo kwam hij er achter waar het huis stond en hoe groot het ongeveer geweest moet zijn. De ontdekkingen die hij deed zijn natuurlijk heel verhelderend voor mijn eigen onderzoek. En andersom was Albert er bij toen ik ooit in het Westfries Museum in Hoorn het schilderij van Vroom zag en direct in de gaten had dat de jonge Caspar dit gezien moet hebben. Dat het werk van Vroom nu in de tentoonstelling hangt en Albert in zijn essay in de catalogus meer informatie geeft over de jeugd van Caspar, geeft wel aan dat er nog steeds veel te ontdekken valt!

In de lezing vertelden Albert en ik o.a. over wat wij zoals tegenkwamen in de archieven en daarbij had ik een kort overzichtje gemaakt van een paar woonadressen van Caspar en zijn familie plus een klein stamboompje om kort iets meer duiding te geven over de zaken die ik tegen ben gekomen in de archieven in Rome. En omdat ik nogal eens vragen krijg over hoeveel kinderen Caspar heeft gekregen wilde ik dit (sterk vereenvoudigde) stamboompje ook bij deze delen op dit blog. Caspar en zijn vrouw Anna kregen in totaal zes kinderen, waarvan er helaas drie kort na de geboorte zijn overleden. De andere drie zijn de ons inmiddels welbekende zoon Luigi die architect werd, zijn jongere broer Urbano en hun jongere (en enige) zus Petronilla. Ik heb het al vaker gemeld maar de familieband was erg sterk, in de jaren dat Luigi later in Napels woonde schreef hij bijna iedere dag een brief aan zijn broer of zus. Zijn broer Urbano hield in de tijd van Luigi’s verblijf in Napels de zaken draaiende in Rome terwijl Petronilla lang voor Luigi’s kinderen zorgde die in eerste instantie in Rome waren gebleven bij hun moeder. Alhoewel gebruikelijk in die periode wordt deze sterke familieband in Italië nog wel eens gezien als een heel Nederlandse eigenschap, grappig om daar nu op die manier naar te kijken!

De’ Medici’s

In mijn lezingen en rondleidingen vertel ik over de jeugdjaren van Caspar en zijn opleiding. Over zijn belangrijkste leermeester Matthias Withoos, die hij naar Hoorn volgde toen Withoos hier naar toe vluchtte in 1672 en over het Gezicht op Hoorn van Hendrick Vroom wat zij beiden in het stadhuis van Hoorn gezien moeten hebben. Maar een detail waar het bijna nooit over gaat is dat de drie heren -Vroom, Withoos & Van Wittel – alle drie belangrijke leden van de’ Medici-familie als opdrachtgevers hebben gehad.

Hendrick Vroom was opgeleid tot plateelschilder en verliet reeds op jonge leeftijd het ouderlijk huis. Via Spanje trok hij naar Italië, waar hij tweeënhalf tot drie jaar werkte. Eerst in Florence en vervolgens in Rome, waarvan de laatste twee jaar ongeveer voor kardinaal Ferdinando I de’ Medici (1549-1609).

220px-Ferdinando_i_de'_medici_12

Waarschijnlijk was het deze kardinaal die de interesse van de schilder wist te wekken voor maritieme schilderkunst waar hij later in Nederland zo bekend mee zou worden. Ferdinando I was een verzamelaar van (klassieke) kunstwerken en was daarnaast geobsedeerd door maritieme zaken. De jonge Vroom legde zich in zijn tijd bij de kardinaal toe op het tekenen en schilderen van schepen en havens, waarna hij zich vervolgens geheel in dit genre specialiseerde. Toen Ferdinando I naar Florence terugkeerde om zijn broer Francesco I de’ Medici op te volgen als groothertog na diens dood op 19 oktober 1587, reisde Vroom door naar Venetië waar hij ongeveer een jaar bleef. Na wat omzwervingen in Italië en Frankrijk keerde de schilder uiteindelijk terug naar Nederland.

Matthias Withoos kwam volgens Arnold Houbraken (de auteur van De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen) in de tijd dat hij in Italië verbleef door zijn “zuiverheid van penseel” in de gunst van een de’ Medici-kardinaal. Dit zal kardinaal Leopoldo de’ Medici (1617-1675) zijn geweest, de jongere broer van Ferdinando II de’ Medici (1610-1670), de toenmalige Groothertog van Toscane.

Portrait_of_Cardinal_Leopoldo_de_Medici

Leopoldo de’ Medici was gouverneur van Siena maar ook een geleerde en beschermheer van de kunsten. Hij was een aanhanger van Galileo Galilei, die zijn vader Cosimo II de’ Medici (1590-1621) had lesgegeven en hij had een grote interesse in wetenschap en technologie. Daarnaast was Leopoldo de’ Medici een groot verzamelaar van zeldzame boeken, schilderijen, tekeningen, beelden, munten en zelfportretten. Hij liet een brede correspondentie na met kunstenaars en verzamelaars van zijn tijd, waaronder Christiaan Huygens. Voor Withoos zal het zeer gunstig zijn geweest een dergelijk belangrijk heerschap als opdrachtgever te hebben. Ondanks zijn gunstige omstandigheden echter, verlangde Withoos volgens Houbraken terug naar Nederland en hij keerde dan ook terug naar Amersfoort.

Caspar van Wittel bezocht Florence tijdens zijn tweede rondreis door Noord-Italië vanaf 1694. Florence was de eerste stop op zijn rondreis en hij leverde hier twee werken af voor de groothertog van Toscane. Dit waren vedute van Florence en Rome, waarvan de eerste bedoeld was als tegenhanger voor een schilderij van Claude Lorrain. Een aantekening betreffende de betaling van de twee schilderijen is opgenomen in de administratie van Ferdinando de’ Medici (1663-1703) op 26 november 1694.

200px-Niccolò_Cassani,_Gran_Principe_Ferdinando_(1687,_vasari_corridor_Uffizi)

Deze Ferdinando was de oudste zoon van groothertog Cosimo III de’ Medici en hij was de kleinzoon van Ferdinando II de’ Medici. Ferdinando II was de kleinzoon van Ferdinando I de’ Medici (opdrachtgever van Hendrick Vroom) en de oudere broer van Leopoldo de’ Medici (opdrachtgever van Matthias Withoos). Deze Ferdinando (d.w.z. de opdrachtgever van Van Wittel) was een groot liefhebber van muziek en bekend als mecenas.

 

Overigens heeft een De’ Medici ook Holland bezocht. Tot twee maal toe reisde groothertog Cosimo III (1642-1723) naar onze toenmalige Republiek. Bij zijn reizen naar Holland had hij ook Amersfoort aangedaan, namelijk op 14 februari 1668, tijdens zijn eerste reis (van de twee) naar Holland. Misschien dat hij toen ook wel het atelier van Matthias Withoos heeft bezocht waar de jonge Caspar (waarschijnlijk toen een jaar of vijftien) net begonnen was aan zijn leertijd bij de Amersfoortse meester!

Nog een lezing bijgeboekt!

Lezing Albert Boersma & Miriam Kolk

  • 30.03.2019, 14:3015:30

In deze lezing door catalogusauteurs Miriam Kolk en Albert Boersma wordt ingegaan op de zoektocht in verschillende binnen- en buitenlandse archieven naar sporen van het leven van Caspar van Wittel.

Lezing: Sporen van het leven van Caspar van Wittel in Amersfoort en Rome

In deze lezing wordt ingegaan op de zoektocht in verschillende binnen- en buitenlandse archieven naar sporen van het leven van Caspar van Wittel. Catalogusauteurs Miriam Kolk en Albert Boersma vertellen over hun onderzoek en hoe zij via verschillende bronnen meer informatie wisten te vergaren over o.a. de woonhuizen van Caspar van Wittel in Amersfoort en Rome. Zo wist Albert Boersma met speurwerk in archief Eemland en door het bestuderen van bronnen uit de tijd te achterhalen waar de ouders van Caspar van Wittel woonden in Amersfoort. Miriam Kolk beschrijft de verschillende woonadressen van Van Wittel in Rome, met wie hij daar woonde en hoe dit terug te vinden was in Romeinse archieven.

Toegang tot de lezing is gratis op vertoon van een geldig entreebewijs van Kunsthal KAdE.

Graag van te voren aanmelden via boekingen@kunsthalkade.nl
Locatie: Eemzaal, Kunsthal KAdE

Bijgeboekte lezing in KAdE

Voor wie het leuk vindt: zondag a.s. is er een lezing bijgeboekt in Kunsthal KAdE.

https://www.kunsthalkade.nl/nl/nu-en-verwacht/activiteiten/lezing-miriam-kolk

 

large

Lezing Miriam Kolk

  • 24.03.2019, 14:3015:30

In deze lezing gaat kunsthistorica Miriam Kolk in op de levensloop van Van Wittel en wie zijn opdrachtgevers waren.

Miriam Kolk is een van de auteurs van de bij de tentoonstelling behorende catalogus. Zij is al tijdens haar studie kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam geboeid geraakt door Caspar van Wittel en zijn zoon, de architect Luigi Vanvitelli. Ze doet o.a. in Rome onderzoek naar het leven van de schilder en zijn familie en de maatschappelijke kringen waarin zij zich bevonden. Van Wittel had veel belangrijke opdrachtgevers die tot de hoogste lagen van de adel of het pauselijke hof behoorden. Dit was een belangrijke reden dat de van oorsprong Nederlandse schilder het zo ver kon schoppen in een door kunstenaars zo dichtbevolkte stad als Rome. In de lezing gaat Miriam Kolk in op de levensloop van Van Wittel en wie zijn opdrachtgevers waren. Aan het einde van de lezing wordt de tentoonstelling bezocht waarbij zij extra uitleg zal geven bij bepaalde werken en er volop vragen gesteld mogen worden.

Deelname aan de lezing is gratis op vertoon van een geldig entreebewijs van Kunsthal KAdE.
Graag van te voren aanmelden voor de lezing door te mailen naar boekingen@kunsthalkade.nl
Locatie: Kunsthal KAdE, Eemzaal

Jan Frans van Bloemen

IMG_2748

In de tentoonstelling zijn twee werken te zien van Jan Frans van Bloemen (hierboven zoals ze in de catalogus staan vermeld). Jan Frans van Bloemen was goed bevriend met Van Wittel. Tenminste, daar kunnen we wel van uit gaan aangezien Van Wittel op 21 januari 1694 aanwezig was bij de doop van de dochter van Jan Frans van Bloemen. En niet alleen aanwezig maar hij was zelfs peetvader van Van Bloemen eerstgeborene.

Jan Frans van Bloemen (1662-1749) was een klassiek landschapsschilder in de trant van Claude Lorrain en Gaspard Dughet. Hij werd geboren in Antwerpen en beleefde zijn eerste leerjaren met zijn oudere broer Pieter van Bloemen (1657-1720). Hierna volgden een aantal leerjaren in de school van de Antwerpse schilder Antonio Gobau. Rond 1682 vertrok Jan Frans naar Parijs waar hij slechts twee jaar bleef. In 1684 reisde hij naar Lyon om zich bij zijn broer Pieter te voegen. Waarschijnlijk waren beide broers daar in de leer bij Adriaan van der Kabel. Lang zal dit niet meer geduurd hebben want de beide broers vertrokken rond 1685 samen naar Italië. Via Turijn, waar ze vier maanden bleven, kwamen ze terecht in Rome.

In Rome sloten de broers zich aan bij de Bentvueghels waar Jan Frans de naam “Orizzonte” kreeg, een verwijzing naar zijn landschapsschilderijen met een horizon in de verte. Zijn oudere broer Pieter was gebentnaamd “Stendardo”, refererend aan zijn specialisme als schilder van gevechtsscènes waarin hij graag banieren afbeeldde. De broers waren aan elkaar gehecht en toen Pieter in 1692 Rome verliet was Jan Frans schijnbaar wel een jaar van slag. Uiteindelijk heeft hij er kennelijk toch voor gekozen om zelf in Rome te blijven want in 1693 trouwde hij met Mattea (of Matthia) Rosa Barosini, afkomstig uit het nabij gelegen Zagarolo. Waarschijnlijk heeft dat huwelijk ergens aan het begin van het jaar 1693 plaatsgevonden aangezien het eerste kind van het koppel werd gedoopt in januari 1694. Overigens was Van Bloemen zo’n 10 jaar ouder dan zijn echtgenote.

Afgezien van het feit dat hij een vrouw vond, kan Van Bloemen ook verkozen hebben in Rome te blijven omdat zijn schilderijen steeds meer afname vonden. En daarnaast ook zeker niet van de minste kopers. Hij begon aan een ware sociale opmars, getuige ook zijn omgang met markies Niccolò Maria Pallavicini (een bekende kunstmecenas in Rome). Van Bloemen stond op vriendschappelijke voet met de markies, die ook peetvader werd van twee kinderen van Van Bloemen. Daarnaast werd Van Bloemen, net als Van Wittel, gekozen als lid van de Congregazione dei Virtuosi al Pantheon. Dat gebeurde in 1714 en Van Bloemen moest nog langer wachten tot hij (wederom net als Van Wittel) erkenning kreeg van de Academie van Sint Lucas. Landschapsschilderkunst werd in academische kringen nog gezien als inferieur dus was er meer nodig om toegelaten te worden. Zo werd Van Wittel geacht binnen de academie op te treden als perspectiefdocent. Van Bloemen werk werd echter steeds populairder en tegen 1720 werd hij zelfs beschouwd als de belangrijkste landschapsschilder in Italië. Zijn werk werd gekocht door zowel de lokale aristocratie als buitenlandse bezoekers op hun Grand Tour.

Ondanks dat de beide schilders goed bevriend waren, zullen Van Wittel en Van Bloemen er niet al te vaak samen op uit zijn getrokken. Van Wittel beeldde vooral de stad af terwijl Van Bloemen hier niet erg van was gecharmeerd. In het werk van de laatste is Rome slechts zelden te zien en dan altijd op afstand, zijn bijnaam “Horizon” eer aandoend. Toch is het erg leuk te zien dat zijn werk ook in de tentoonstelling te zien is, al is het al omdat beide heren zo hard hebben moeten werken om waardering te krijgen in het door kunstenaars zo dichtbevolkte Rome.