Bijgeboekte lezing in KAdE

Voor wie het leuk vindt: zondag a.s. is er een lezing bijgeboekt in Kunsthal KAdE.

https://www.kunsthalkade.nl/nl/nu-en-verwacht/activiteiten/lezing-miriam-kolk

 

large

Lezing Miriam Kolk

  • 24.03.2019, 14:3015:30

In deze lezing gaat kunsthistorica Miriam Kolk in op de levensloop van Van Wittel en wie zijn opdrachtgevers waren.

Miriam Kolk is een van de auteurs van de bij de tentoonstelling behorende catalogus. Zij is al tijdens haar studie kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam geboeid geraakt door Caspar van Wittel en zijn zoon, de architect Luigi Vanvitelli. Ze doet o.a. in Rome onderzoek naar het leven van de schilder en zijn familie en de maatschappelijke kringen waarin zij zich bevonden. Van Wittel had veel belangrijke opdrachtgevers die tot de hoogste lagen van de adel of het pauselijke hof behoorden. Dit was een belangrijke reden dat de van oorsprong Nederlandse schilder het zo ver kon schoppen in een door kunstenaars zo dichtbevolkte stad als Rome. In de lezing gaat Miriam Kolk in op de levensloop van Van Wittel en wie zijn opdrachtgevers waren. Aan het einde van de lezing wordt de tentoonstelling bezocht waarbij zij extra uitleg zal geven bij bepaalde werken en er volop vragen gesteld mogen worden.

Deelname aan de lezing is gratis op vertoon van een geldig entreebewijs van Kunsthal KAdE.
Graag van te voren aanmelden voor de lezing door te mailen naar boekingen@kunsthalkade.nl
Locatie: Kunsthal KAdE, Eemzaal

Jan Frans van Bloemen

IMG_2748

In de tentoonstelling zijn twee werken te zien van Jan Frans van Bloemen (hierboven zoals ze in de catalogus staan vermeld). Jan Frans van Bloemen was goed bevriend met Van Wittel. Tenminste, daar kunnen we wel van uit gaan aangezien Van Wittel op 21 januari 1694 aanwezig was bij de doop van de dochter van Jan Frans van Bloemen. En niet alleen aanwezig maar hij was zelfs peetvader van Van Bloemen eerstgeborene.

Jan Frans van Bloemen (1662-1749) was een klassiek landschapsschilder in de trant van Claude Lorrain en Gaspard Dughet. Hij werd geboren in Antwerpen en beleefde zijn eerste leerjaren met zijn oudere broer Pieter van Bloemen (1657-1720). Hierna volgden een aantal leerjaren in de school van de Antwerpse schilder Antonio Gobau. Rond 1682 vertrok Jan Frans naar Parijs waar hij slechts twee jaar bleef. In 1684 reisde hij naar Lyon om zich bij zijn broer Pieter te voegen. Waarschijnlijk waren beide broers daar in de leer bij Adriaan van der Kabel. Lang zal dit niet meer geduurd hebben want de beide broers vertrokken rond 1685 samen naar Italië. Via Turijn, waar ze vier maanden bleven, kwamen ze terecht in Rome.

In Rome sloten de broers zich aan bij de Bentvueghels waar Jan Frans de naam “Orizzonte” kreeg, een verwijzing naar zijn landschapsschilderijen met een horizon in de verte. Zijn oudere broer Pieter was gebentnaamd “Stendardo”, refererend aan zijn specialisme als schilder van gevechtsscènes waarin hij graag banieren afbeeldde. De broers waren aan elkaar gehecht en toen Pieter in 1692 Rome verliet was Jan Frans schijnbaar wel een jaar van slag. Uiteindelijk heeft hij er kennelijk toch voor gekozen om zelf in Rome te blijven want in 1693 trouwde hij met Mattea (of Matthia) Rosa Barosini, afkomstig uit het nabij gelegen Zagarolo. Waarschijnlijk heeft dat huwelijk ergens aan het begin van het jaar 1693 plaatsgevonden aangezien het eerste kind van het koppel werd gedoopt in januari 1694. Overigens was Van Bloemen zo’n 10 jaar ouder dan zijn echtgenote.

Afgezien van het feit dat hij een vrouw vond, kan Van Bloemen ook verkozen hebben in Rome te blijven omdat zijn schilderijen steeds meer afname vonden. En daarnaast ook zeker niet van de minste kopers. Hij begon aan een ware social opmars, getuige ook zijn omgang met markies Niccolò Maria Pallavicini (een bekende kunstmecenas in Rome). Van Bloemen stond op vriendschappelijke voet met de markies, die ook peetvader werd van twee kinderen van Van Bloemen. Daarnaast werd Van Bloemen, net als Van Wittel, gekozen als lid van de Congregazione dei Virtuosi al Pantheon. Dat gebeurde in 1714 en Van Bloemen moest nog langer wachten tot hij (wederom net als Van Wittel) erkenning kreeg van de Academie van Sint Lucas. Landschapsschilderkunst werd in academische kringen nog gezien als inferieur dus was er meer nodig om toegelaten te worden. Zo werd Van Wittel geacht binnen de academie op te treden als perspectiefdocent. Van Bloemen werk werd echter steeds populairder en tegen 1720 werd hij zelfs beschouwd als de belangrijkste landschapsschilder in Italië. Zijn werk werd gekocht door zowel de lokale aristocratie als buitenlandse bezoekers op hun Grand Tour.

Ondanks dat de beide schilders goed bevriend waren, zullen Van Wittel en Van Bloemen er niet al te vaak samen op uit zijn getrokken. Van Wittel beeldde vooral de stad af terwijl Van Bloemen hier niet erg van was gecharmeerd. In het werk van de laatste is Rome slechts zelden te zien en dan altijd op afstand, zijn bijnaam “Horizon” eer aandoend. Toch is het erg leuk te zien dat zijn werk ook in de tentoonstelling te zien is, al is het al omdat beide heren zo hard hebben moeten werken om waardering te krijgen in het door kunstenaars zo dichtbevolkte Rome.

Afgelopen week..

Afgelopen week was wederom een drukke Van Wittel-week 🙂

Zondag 10 maart gaf ik een kindercollege voor de MuseumJeugdUniversiteit in Kunsthal KAdE. De centrale vraag was: hoe wordt ik zo beroemd als Caspar van Wittel? Er was een grote groep kinderen gekomen (het college was voor kinderen tussen de 8 en 12 jaar) en met hen samen hebben we naar een aantal van Van Wittels werken gekeken. In de tentoonstelling zelf keken we naar wat er allemaal op twee verschillende schilderijen te zien was, waarbij de focus bij de deelnemers op de een of andere manier lag bij Italiaans eten. De opmerkingen “daar kun je pizza kopen denk ik” en “misschien ruikt het daar naar spaghetti” waren op z’n minst verrassend te noemen 😉 Daarna hebben we de verschillen benoemd tussen telkens twee of drie vedute met hetzelfde onderwerp, zoals Piazza del Popolo of het Sint-Pietersplein. Op die manier kwamen we tot de conclusie dat Van Witel beroemd is geworden o.a. omdat hij steeds andere figuren en dieren en koetsen, enz. afbeeldde ook al schilderde hij hetzelfde plein. Na afloop mochten de kinderen nog vragen stellen en daar zaten veel interessante vragen tussen als “hoe oud is hij geworden?” of “hoe vaak is hij verhuisd?”. Het is maar gelukkig dat ik de antwoorden wist 😉 Het was erg leuk om te doen en ik hoop maar dat er hierdoor een paar jonge Van Wittel-fans bij zijn gekomen!

 

Op dinsdag was er een uitzending van het programma Nu te Zien! gewijd aan de tentoonstelling. Voor wie het gemist heeft en het terug wil zien, onderstaand de link. Erg leuk gepresenteerd door Bart Rutten (directeur van het Centraal Museum in Utrecht) maar ik moest wel een beetje gniffelen toen hij vertelde dat Van Wittel “venduta” maakte (dit betekent in het Nederlands “verkocht”). Voor degenen die de term nog wat ingewikkeld vinden: een “veduta” is een zeer gedetailleerd schilderij, gewoonlijk op groot formaat, van een stadsgezicht of ander vergezicht. Enkelvoud is “veduta”, meervoud is “vedute”. Van Wittel maakte dus vedute. De uitzending is mooi gemaakt met veel opnamen van de kleine details in Van Wittels werk, erg leuk om te zien!

https://www.avrotros.nl/nu-te-zien/gemist/detail/item/nu-te-zien-maestro-van-wittel-12-03-2019/

 

Afgelopen week was ik tevens naar de tentoonstelling Alle Rembrandts in het Rijksmuseum, echt een aanrader! Er zijn veel etsen en andere kleine werken te zien en het is echt ongelooflijk hoe Rembrandt daar zo veel dieptewerking en detaillering in wist te krijgen. Maar goed, waarom meldt ik dit hier? Nu, omdat ik na afloop nog even de boekwinkel van het Rijks in dook en mijn hart toch een klein sprongetje maakte toen ik het volgende zag:

 

 

Kortom en dus: het was weer een drukke, maar zeker ook een voldoening gevende week!

Gezichten op Amersfoort

gezicht op afoort withoos

In de tentoonstelling zijn meerdere gezichten op Amersfoort te zien. De allergrootste van deze meet maar liefst 2,5 bij 4 meter en is een van de belangrijkste werken van Matthias Withoos. Voor zijn Gezicht op Amersfoort (1671) bracht Withoos met zijn leerlingen veel tijd door buiten de stad. De leerlingen werden geïnstrueerd om goed te kijken en precies na te tekenen wat ze zagen zodat de stad later op het doek zo waarheidsgetrouw mogelijk kon worden weergegeven. Caspar zal in zijn leertijd bij Withoos hebben meegeholpen bij het schilderen, op die manier werkend aan zijn eerste stadsgezicht. Withoos had acht kinderen, waarvan er vijf door hem zijn opgeleid tot ‘constschilder’. Zowel de vader als de kinderen schilderden veel bloemen, fruit en dieren in olie- en waterverf. Daarnaast stond Withoos bekend om zijn landschappen. Het atelier van Withoos, waar naast zijn leerlingen zijn eigen kinderen het vak leerden, werd door Arnold Houbraken in zijn boek De groote schouburgh der Nederlantsche Konstschilders en schilderessen (met meerdere levensbeschrijvingen van kunstschilders uit de zeventiende eeuw) beschreven als een “gelukkige chaos”.

Daarnaast zijn er twee gezichten op Amersfoort te zien van onze vriend Caspar zelf. Een tekening, meer een soort ideaalbeeld van Amersfoort, uit de collectie van het Museo nazionale di San Martino in Napels en een gouache die recent werd aangekocht voor Museum Flehite (zie onderstaande afbeelding). Dit Gezicht op Amersfoort werd in juli 2017 aangekocht op een veiling van Christie’s in Londen o.a. met steun van de Vereniging Rembrandt, de gemeente Amersfoort, de Oudheidkundige Vereniging Flehite, de stichting Vrienden van Van Wittel, Museum Flehite plus een aantal Amersfoortse particulieren.

Wittel afoort gouache

Na de aankoop werd de gouache uitgebreid onderzocht door de restaurator van Museum Flehite, Ep de Ruiter, die onder de bovenste verflaag een tekst ontdekte. Rechtsonder op de gouache (iets naar onderen tussen het bootje en de zwanen) staat in het Italiaans “cominciato nel tempo che li Francesi avevano preso Doay” oftewel “begonnen in de tijd dat de Fransen Douay hebben ingenomen”. Gevolgd door een wat minder goed leesbare tekst “il nieso/niefo di 16/76”. De Noord-Franse stad Douai werd inderdaad door de Fransen onder leiding van Lodewijk XIV ingenomen op 6 juli 1667. En op dat moment was de jonge Caspar nog leerling bij Matthias Withoos en in Amersfoort. Dat wil niet zeggen dat Van Wittel op de gouache het Amersfoort uit die tijd waarheidsgetrouw heeft weergegeven. Het roze buitenhuis links heeft nooit op deze plek gestaan, uit archiefbronnen is niets bekend over een houtzaagmolen zoals deze rechts op het werk is afgebeeld en middenachter zien we wel het Spui maar niet de Koppelpoort. De hoge toren middenachter en het schip van de Onze-Lieve-Vrouwekerk zijn wel herkenbaar.

Hoe dan ook is het een mooie gouache en het is goed te weten dat deze een plek heeft gekregen in de collectie van een museum in zijn geboortestad!

Olimpia Maidalchini

Al een paar keer heb ik op dit blog de naam van Olimpia Maidalchini oftewel Olimpia Pamphili genoemd. Zoals duidelijk te zien in de buste gemaakt door Alessandro Algardi in 1646-1647, was zij een behoorlijk formidabele tante.

Ze werd geboren in Viterbo als oudste van drie dochters. Haar vader, Sforza Maidalchini, was condottiere (aanvoerder van een leger van huurlingen) en haar moeder was van adel. Alhoewel haar ouders dus best van goede huize waren, was het gezin niet al te bemiddeld en omdat vader Maidalchini zijn enige zoon wilde nalaten wat de familie aan bezittingen had, wilde hij zijn dochters liever niet uithuwelijken. De bruidsschat voor jongedames die het klooster ingingen was vele malen minder dan wat hij kwijt zou zijn als zijn dochters met een enigszins goede partij wilden trouwen. Maar Olimpia was op jonge leeftijd al bijzonder eigengereid en zij weigerde het klooster in te gaan. In 1608 trouwde zij (op haar zeventiende) met de rijkste jongeman van Viterbo, Paolo Nini. Helaas was het huwelijk geen lang leven beschoren want al in 1611 stierf Nini, Olimpia zonder kinderen achterlatend (twee kinderen waren jong gestorven).

Olimpia was echter door haar huwelijk wel een stuk rijker dan voorheen en ze was vastbesloten nog meer van haar leven te maken. Ze zette haar zinnen op een volgend huwelijk en dan wel in Rome, waar het ‘echte’ leven zich afspeelde. Ze wist voor haarzelf een uitstekende partij te vinden, Pamphilio Pamphili, de oudere broer van kardinaal Giambattista Pamphili. Toen de kardinaal werd benoemd tot nuntius (een diplomatiek vertegenwoordiger van de paus) in het koninkrijk Napels, volgden zijn broer en Olimpia de kardinaal daar naar toe waar ze een huis bewoonden naast dat van de nuntius. Hier werd in 1622 zoon Camillo Pamphili geboren.

Na hun terugkeer uit Napels woonden de beide broers en Olimpia in het voorouderlijk familiepaleis tussen Piazza Navona en Piazza Pasquino. In 1639 stierf Pamphilio en om de opvolging succesvol te laten verlopen, wilde Olimpia haar zoon een (politiek) gunstig huwelijk laten sluiten. In 1644 echter werd haar zwager tot paus gekozen en koos de naam Innocentius X. De paus had natuurlijk een betrouwbaar familielid nodig en natuurlijk bij voorkeur een neef 😉 om toezicht te houden op de pauselijke administratie. Dat werd neef Camillo die vervolgens benoemd werd tot kardinaal-neef. Dat mocht niet lang duren want al in 1647 deed Camillo afstand van zijn positie toen de kans zich voordeed een bijzonder gunstig huwelijk te sluiten, namelijk met een lid van de rijke en machtige Barberini-familie. Camillo trouwde met Olimpia Aldobrandini, achternicht van paus Clemens VIII en weduwe van Paolo Borghese. Zo moeder, zo zoon, zullen we maar zeggen!

In de jaren dat haar zwager paus was, had Olimpia schijnbaar enorme invloed op hem. Ze was waarschijnlijk een zeer gewiekste dame want ze beheerde niet alleen een groot deel van de Pamhili-familiebezittingen, ze wist zich ook staande te houden aan het pauselijk hof en op te treden als haar zwagers naaste adviseur ondanks het feit dat hier alleen mannen recht van spreken hadden. Ludwig von Pastor die als historicus de levens van de verschillende pausen op papier zette, zegt hierover dat paus Innocentius X de pech had dat het enige familielid dat over de kwaliteiten beschikte die nodig waren om de positie aan het hoofd van de pauselijke administratie te vervullen, een vrouw was.

Er doen allerlei verhalen over haar de ronde, onder andere dat zij in de laatste levensdagen van de paus zich opsloot in zijn slaapkamer om beetje bij beetje geld vanonder zijn bed te halen om dit het pauselijke paleis uit te smokkelen. Of dat zij de kist met het stoffelijk overschot van de paus een aantal dagen ergens achterliet onder het mom dat ze een arme weduwe was die geen goed begrafenis kon bekostigen. Hoe dan ook, het was een pittige dame, zoals al te zien was aan haar portretbuste. Een buste die zich tegenwoordig bevindt in Palazzo Doria-Pamphili in Rome. En jawel, in dit paleis hangen ook twee kleine Van Wittels (voor wie er ooit geweest is: ze hangen in de ‘museumwinkel’): een veduta op de ingang van het Canal Grande met de Salute en een gezicht op de Piazzetta San Marco (zie onderstaand).

Caspar_van_Wittel_-_The_Piazzetta_from_the_Bacino_di_San_Marco_-_WGA25836

Neven van de paus

De jonge Caspar van Wittel arriveerde waarschijnlijk in het najaar van 1674 in Rome, waar op dat moment Emilio Altieri als paus Clemens X aan het hoofd stond van de katholieke kerk. Vorige week was ik voor een lezing die ik gaf over Caspar van Wittel op zoek naar de verschillende pausen in de 17e eeuw vanaf het moment dat Caspar aankwam in Rome en ik kwam onderstaande overzichtje tegen op wikipedia (iets ingekort om hier te kunnen tussenvoegen).

pausen

De paus was natuurlijk een van de meest gewilde opdrachtgevers in Rome maar bijna net zo goed was de neef van de paus, in de meeste gevallen de kardinaal-nepoot of kardinaal-neef (een kardinaal die door de paus gepromoveerd werd, waarbij de paus meestal een oom was of een andere directe bloedverwant).

Van Wittel werkte in ieder geval voor de neven van tenminste drie van deze pausen en dat wil natuurlijk wel wat zeggen over zijn reputatie en status in het Rome van eind zeventiende eeuw!

Don Livio I Odescalchi (1658-1713) was een neef van paus Innocentius XI (paus van 1676 tot 1689) maar deze paus was fel gekant tegen nepotisme dus tijdens zijn pontificaat moest Odeschalchi een laag profiel houden. Na het overlijden van de paus nam de carrière van Odeschalchi echter een enorme vlucht. Hij onderhield relaties met allerlei hooggeplaatste Europese mensen als Christina van Zweden en Maria Casimira, de weduwe van de koning van Polen die hij van 1699 tot 1702 onderdak bood. In 1691 kocht hij zelfs een deel van de collectie van Christina van Zweden aan. In 1693 nam hij van de inmiddels verarmde familie Orsini het kasteel van Palo over en drie jaar later het leengoed Bracciano, waardoor hij zich hertog van Bracciano mocht noemen. Odescalchi was een groot bewonderaar en verzamelaar van vedute en bezat bij zijn overlijden in 1713 volgens de inventaris 19 originele Van Wittel plus 37 kopieën.

Kardinaal Pietro Ottoboni (1667-1740) was een achterneef van paus Alexander VIII (1689-1691). Hij werd in 1689 door de net nieuw gekozen paus aangesteld als kardinaal en ontpopte zich tot een ware kunstmecenas. Hij zou later de pauselijke collectie erven die bestond  uit meer dan 300 schilderijen, wandtapijten, zilverwerk en de beroemde bibliotheek van Christina van Zweden. Hij was vicekanselier van de Heilige Roomse Kerk waardoor hij het  Palazzo della Cancelleria als residentie had, geen slecht woonhuis 😉 Vanaf 1692 was hij ook de beschermheer van de Compagnia dei Virtuosi al Pantheon, een kunstenaarsgenootschap waar ook Van Wittel toe behoorde. Tot aan zijn dood in 1740 was Ottoboni ongeëvenaard in Rome voor wat betreft patronage van de kunsten, maar hij liet dan ook een gigantische collectie na. Klein nadeel aan deze erfenis was echter wel dat de kardinaal ook maar liefst meer dan 170.000 studie aan schulden naliet! Hij bezat bij zijn overlijden tenminste 9 vedute van Van Wittel maar waarschijnlijk zelfs 15 vedute (dit aantal komt uit een onuitgegeven inventaris) waaronder de Veduta del Convento di San Paolo ad Albano waarop het bezoek van paus Clemens XI (Albani) in 1710 aan het klooster van sint Paulus staat afgebeeld. Dit heeft Ottoboni waarschijnlijk laten afbeelden omdat hij de toenmalige abt was van het klooster in kwestie.

albano

Het bezoek werd dus afgelegd door de Albani-paus Clemens XI en ja hoor, ook deze paus had neven: Annibale Albani (1682-1751) en zijn jongere broer Alessandro Albani (1692-1779). De beide broers waren allebei kardinaal en de oudste was zelfs kardinaal-camerlengo. In hun gezamenlijke collectie waren er ruim 20 Van Wittels. Alhoewel vooral de jongere broer Alessandro bekend stond als mecenas, was het in het geval van Van Wittel juist Annibale die zijn schilderijen verzamelde. Annibale Albani was ook een belangrijk lid van de Congregazione dei Virtuosi al Pantheon en waarschijnlijke kenden de kardinaals Ottoboni en Albani elkaar goed. De familie Albani is ook erg zuinig geweest op hun Van Wittel want de 24 doeken die een paar jaar voor het overlijden van Alessandro in 1775 werden geteld in de collectie waren in de negentiende eeuw nog steeds te vinden in de collecties van de in totaal drie residenties van de familie.

Al met al werkte Van Wittel dus na zijn aankomst in Rome voor het grootste deel van de zeventiende-eeuwse pauselijke families, geen slechte prestatie!

Vermeer

Er zijn veel theorieën over wat de jonge Caspar van Wittel gezien kan hebben van de Nederlandse schilderkunst en wat hem mogelijk geïnspireerd kan hebben om zich later in Rome toe te leggen op het genre van stadsgezichten. Laten we het er voorlopig maar op houden dat de meningen hierover verdeeld zijn.

Waar ik erg blij mee ben is dat in de tentoonstelling Gezicht op Hoorn van Hendrick Vroom is opgenomen. Het was mijn eigen ontdekking dat de jonge Caspar dit werk zeker gezien moet hebben toen hij met zijn leermeester Mattias Withoos naar Hoorn vluchtte in 1672. Toen ik dit prachtige schilderij voor het eerst zag in het Westfries Museum in Hoorn was het voor mij meteen duidelijk dat Caspar hierdoor gestimuleerd moet zijn geweest in zijn eigen (latere) werk. De lucht, de horizon, de details in de architectuur en schepen, het gezicht op de stad… (Zie hierover ook mijn eerdere blog “Hendrick Vroom”.)

Wat in het verleden ook wel eens is geopperd, is dat Caspar in zijn jonge jaren in Nederland ook Gezicht op Delft van Johannes Vermeer moet hebben gezien:Vermeer-view-of-delft

Dat zou ik niet durven beweren, hiervoor ontbreekt elk bewijs, maar dat biedt me bij deze wel de gelegenheid iets te delen inzake Vermeer. Google Arts & Culture heeft namelijk in samenwerking met het Mauritshuis in Den Haag afgelopen december een website gelanceerd waar alle 36 schilderijen van Vermeer in hoge resolutie te bewonderen zijn. Hiervoor hebben ze samengewerkt met alle museale instellingen die een Vermeer in hun collectie hebben, zowel hier in Europa als in de Verenigde Staten. Naast de schilderijen is er ook veel (extra) informatie te vinden dus zeker de moeite waard om een een kijkje te nemen. De site heet “Meet Vermeer” en is gratis (!) te gebruiken:

https://artsandculture.google.com/project/vermeer